Voorzittershamer op een laptop
© Beautrium/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

De Autoriteit Persoonsgegevens vindt dat de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) sterk is verbeterd. Maar het conceptvoorstel mist nog altijd een belangrijke waarborg: voorafgaande toetsing door de rechter. Pas als het wetsvoorstel op dit punt wordt aangepast, kan de toezichthouder instemmen met het voorstel.

Dat schrijft de Autoriteit Persoonsgegevens in het vierde adviesrapport over de WGS.

Voorgeschiedenis van de WGS

Het doel van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) is om het mogelijk te maken om persoonsgegevens op grote schaal te delen, verwerken en analyseren tussen overheidsorganisaties en private partijen. Bijvoorbeeld om fraudegevallen of georganiseerde criminaliteit op te sporen.

In het verleden was de Autoriteit Persoonsgegevens kritisch over het wetsvoorstel. Belangrijkste kritiekpunten waren dat het voorstel veel vaagheden en onduidelijkheden bevatte, en het de deur openzette voor onbegrensde surveillance vanwege de hoeveel persoonsgegevens die onderling verzameld en gedeeld mochten worden.

Ondanks de kritiek ging de Tweede Kamer in 2020 akkoord met het wetsvoorstel. Momenteel ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. De toezichthouder adviseerde de Senaat in november 2021 om het wetsvoorstel niet over te nemen.

Voldoende waarborgen en bescherming tegen willekeur

Nog altijd is de privacywaakhond kritisch over het wetsvoorstel. Ze mist namelijk een belangrijke waarborg om de privacy van mensen te beschermen: voorafgaande toetsing door de rechter. Burgers die ‘in beeld’ komen bij opsporings- en handhavingsinstanties, zijn niet altijd ook verdachte. Maar hun persoonsgegevens en die van hun relaties mogen wel al gedeeld worden met overheidsinstanties en private partijen. De toezichthouder vindt dat een rechter dit vooraf moet toetsen.

“De aanpak van ondermijnende criminaliteit is natuurlijk heel belangrijk. Maar je moet dat goed regelen, met voldoende waarborgen. Om mensen te beschermen en willekeur te voorkomen. Vooral omdat je wilt voorkomen dat onschuldige mensen op de verkeerde lijstjes terechtkomen. Hoe belangrijk dat is, hebben we in het recente verleden natuurlijk wel kunnen zien”, zo zegt AP-bestuursvoorzitter Aleid Wolfsen, verwijzend naar de toeslagenaffaire.

AP pleit voor meer grip op het wetgevingsproces voor het parlement

De Autoriteit Persoonsgegevens is blij dat het kabinet een concept voor een ontwerpbesluit (BGS) heeft uitgewerkt. Daarin is vastgelegd dat er ‘duidelijke en objectieve aanwijzingen’ moeten zijn voor mogelijke criminele activiteiten voordat instanties gegevens onderling mogen uitwisselen. De mogelijkheid om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te wijzen zonder instemming van het parlement, is eveneens uit de WGS geschrapt.

Tegelijkertijd heeft de toezichthouder zijn bedenkingen bij het BGS. Dat is namelijk een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Dat houdt in dat de regering wetgeving verder kan uitwerken zonder dat de Eerste of Tweede Kamer daaraan te pas komen. Om meer grip op het wetgevingsproces te houden, wil de Autoriteit Persoonsgegevens dat belangrijke punten uit het ontwerpbesluit (BGS) worden vastgelegd in de wet (WGS). Zo kan het parlement in de toekomst ingrijpen als de regering de grondrechten van burgers dreigt te schenden.

“Deze wet maakt het mogelijk een verregaande inbreuk te maken op de grondrechten van mensen én hun familie en omgeving. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben”, waarschuwt Wolfsen. “Daarom moeten bepalingen die wezenlijk zijn voor de bescherming van mensen zoveel mogelijk in de wet zelf worden vastgelegd. Of in elk geval moet de wet de regering dwingen om dit goed vast te leggen. Om de bescherming van burgers te borgen, moet het democratisch gekozen parlement de belangrijkste afwegingen maken en stevig grip houden op de regels die voor samenwerkingsverbanden gelden.”

Laat een reactie achter