- Maatschappelijke functie van scholen en verwerking persoonsgegevens
- Kansen en risico’s van AI en algoritmes voor het onderwijs
- AP bang voor ‘wildgroei’ aan apps en software
- Scholen nog te afhankelijk van grote leveranciers
- Onduidelijkheid over het (her)gebruik van persoonsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek
- Mur: ‘Onderwijs moet plek zijn waar kinderen zich vrij en beschermd kunnen ontwikkelen’
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft allerlei trends en ontwikkelingen in kaart gebracht die in het onderwijs spelen op het gebied van privacy. Door de komst van kunstmatige intelligentie en algoritmes voorspelt de toezichthouder dat onderwijsinstellingen voor grote uitdagingen komen te staan. Zo hebben scholen bijvoorbeeld weinig grip op het gebruik van software.
De Autoriteit Persoonsgegevens beschrijft deze en andere ontwikkelingen in het rapport ‘Sectorbeeld Onderwijs’.
Maatschappelijke functie van scholen en verwerking persoonsgegevens
De privacywaakhond stelt dat de onderwijssector voor een groot aantal uitdagingen staat bij de bescherming van persoonsgegevens. Een voorbeeld hiervan is het gegeven dat onderwijsinstanties naast een educatieve functie ook een maatschappelijke functie hebben. Denk aan de rol die scholen spelen bij het psychische welzijn van kinderen en studenten, armoede, polarisatie in de samenleving, het bestrijden van kansenongelijkheid en het terugdringen van ziekteverzuim.
“Ondanks deze verwachtingen en de vaak goedbedoelde intenties, is de vraag of er een AVG-grondslag is voor onderwijsinstellingen als zij persoonsgegevens (verder) verwerken voor bovengenoemde doeleinden, omdat de taak van onderwijsinstellingen op deze punten vaak (nog) niet duidelijk is omschreven in de wet”, zo stelt de Autoriteit Persoonsgegevens. De toezichthouder constateert dat onderwijsinstanties niet altijd goed analyseren of dit soort gegevensverwerkingen mogen, en zo ja onder welke voorwaarden.
Kansen en risico’s van AI en algoritmes voor het onderwijs
Een andere trend die de AP ziet in de onderwijswereld, is de opkomst van kunstmatige intelligentie en algoritmes. Deze technologieën bieden grote kansen, maar brengen ook risico’s met zich mee. Adaptieve leermiddelen, learning analytics en AI bieden mogelijkheden om gedifferentieerd onderwijs te bieden, automatische toetsen te ontwikkelen en in te springen op de behoefte van individuele leerlingen.
Een verkeerde interpretatie van data, vooringenomenheid en verlies van controle over persoonsgegevens zijn enkele risico’s die de toezichthouder ziet. De AP adviseert daarom om na te denken over beleidsstrategieën en beheersingsprocessen voor kunstmatige intelligentie en algoritmes. Voor een zorgvuldige inbedding van deze technologieën is het essentieel dat leerkrachten en docenten hun kennis over AI vergroten.
AP bang voor ‘wildgroei’ aan apps en software
De derde trend die de Autoriteit Persoonsgegevens noemt, is ‘schaduw-ICT’. Doordat docenten de vrijheid hebben om zelf te kiezen welke software zij gebruiken, ontstaat er een ‘wildgroei’ aan applicaties en computerprogramma’s in het onderwijs. Voor onderwijsinstellingen is het daardoor lastig om controle te krijgen over de gegevensverwerking waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Zo ontstaat ‘schaduw-ICT’.
“Hoewel het gebruik van apps en software nuttig kan zijn voor het onderwijs, mag dit niet ten koste gaan van de privacy van leerlingen, studenten en onderwijspersoneel. Persoonsgegevens kunnen immers in verkeerde handen vallen door een datalek of voor eigen doelen van leveranciers worden gebruikt”, waarschuwt de toezichthouder. Schoolbesturen moeten daarom beleid maken om deze software in beeld te krijgen en eventueel maatregelen treffen om het gebruik ervan in overeenstemming te brengen met de AVG.
Scholen nog te afhankelijk van grote leveranciers
Ook constateert de AP dat scholen voor veel essentiële zaken in het gedigitaliseerde onderwijs afhankelijk zijn van grote internationale leveranciers. “Door hun dominante positie kunnen die een zekere macht uitoefenen op de markt. Deze macht van leveranciers, hun gebrek aan transparantie en het gebrek aan kennis bij onderwijsinstellingen maken het lastig om de juiste waarborgen voor gegevensbescherming te bepalen en indien nodig af te dwingen bij de leveranciers.”
Toch zijn er de afgelopen jaren stappen gemaakt om de privacyrisico’s bij deze partijen te verminderen. Zo maakten SURF en SIVON in 2021 afspraken met Google dat onderwijsinstellingen meer grip krijgen op de verwerking van metadata. Daarnaast heeft Google toegezegd een alternatieve versie van ChromeOS te ontwikkelen om tegemoet te komen aan de privacyzorgen die de onderwijssector heeft.
Onduidelijkheid over het (her)gebruik van persoonsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek
De vierde en laatste ontwikkeling die de Autoriteit Persoonsgegevens noemt in het rapport, is het gegeven dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over het gebruik van persoonsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Zo is het anonimiseren van persoonsgegevens in praktijk vaak lastig te realiseren, bijvoorbeeld vanwege de onderzoeksopzet. Ook over het hergebruik van persoonsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek zijn nog veel vragen.
Mur: ‘Onderwijs moet plek zijn waar kinderen zich vrij en beschermd kunnen ontwikkelen’
“Partijen in de sector zijn gebaat bij meer specifieke, concrete handreikingen om met zulke kwesties om te gaan”, zo stelt de Autoriteit Persoonsgegevens. De privacywaakhond nodigt onderwijsinstellingen en FG’s in de onderwijssector uit om met haar het gesprek aan te gaan en samen te werken aan praktische richtlijnen om deze uitdagingen het hoofd te bieden.
“Van de zandbak tot de collegebank: het onderwijs is de springplank om vorm te geven aan je leven. Te ontdekken wie je bent en je dromen waar te maken. En dat met behoud van de normen en waarden die we belangrijk vinden. Het serieus nemen van de privacy van leerlingen, studenten en onderwijspersoneel is daarbij essentieel, zodat het onderwijs ook daadwerkelijk de plek is waar je je vrij en beschermd kunt ontwikkelen”, zo zegt AP-bestuurslid Katja Mur.
