Het onderwijs staat niet stil: kunstmatige intelligentie (AI) en digitalisering bieden tal van kansen om het onderwijs te verbeteren. Deze technologische ontwikkelingen kunnen leerlingen en studenten meer motiveren, het onderwijs beter afstemmen op hun behoeften en docenten ondersteunen. Bij de introductie van rekenmachines en computers in het onderwijs zette men aanvankelijk ook hun vraagtekens. Vandaag de dag zijn deze apparaten volledig ingeburgerd.
Dat schrijft minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaansens in reactie op schriftelijke vragen van Hind Dekker-Abdulaziz en Paul van Meenen (beiden D66).
D66 bezorgd over de inzet van AI in het onderwijs
De D66’ers stelden medio januari een aantal vragen over de inzet van ChatGPT en kunstmatige intelligentie in het onderwijs. De Kamerleden uitten daarin hun zorgen over de inzet van deze technologieën. Ze wezen erop dat leerlingen ChatGPT gebruiken om huiswerkopdrachten te maken. Docenten staan machteloos hier tegenover, omdat bestaande software niet in staat is om te herkennen dat een tekst is geschreven met behulp van kunstmatige intelligentie.
“Welke handvaten hebben leraren en scholen om om te gaan met kunstmatige intelligentie? Hoe voorkomen we negatieve effecten op de kwaliteit van het onderwijs? En welke stappen gaat u zetten om negatieve effecten te voorkomen en scholen te ondersteunen”, zo vroegen Dekker-Abdulaziz en Van Meenen zich onder meer af.
Kabinet ziet positieve kanten en keerzijde van AI op het onderwijs
Minister Adriaansens heeft de vragen van de Kamerleden beantwoord. Ze erkent dat sommige docenten geconfronteerd worden met de risico’s van kunstmatige intelligentie en dat ze zich daar zorgen over maken. Maar er zijn ook scholen die kansen zien om het onderwijs te verbeteren met deze technieken. “Van onderwijsinstellingen vraagt dit om te doordenken hoe zij vanuit hun visie op goed onderwijs dit binnen hun instellingen willen vormgeven”, schrijft de minister. Voor hulp kunnen scholen aankloppen bij Kennisnet en SURF.
De bewindsvrouw benadrukt dat AI niet de eerste technologie is die zijn intrede doet in het onderwijs. “Zo hadden de rekenmachine en computers bijvoorbeeld ook veel gevolgen, maar worden deze nu veelvuldig gebruikt in de klas”, aldus de minister. Kunstmatige intelligentie heeft volgens haar de potentie om het onderwijs te verbeteren, bijvoorbeeld door het onderwijs beter af te stemmen op de behoeften van leerlingen en docenten te ondersteunen.
Wat AI uiteindelijk voor het onderwijs gaat betekenen, moet de toekomst uitwijzen. “Het kabinet ziet aan de ene kant de positieve waarde van generatieve AI, waar ChatGPT een voorbeeld van is. Zo hebben deze systemen de potentie om efficiëntie en productiviteit te verbeteren (…) Het kabinet ziet anderzijds ook diverse negatieve effecten van generatieve AI en deelt de zorgen van de vragenstellers. AI kan bijvoorbeeld leiden tot biases, waardoor groepen leerlingen en studenten om onterechte redenen benadeeld kunnen worden. Ook kunnen AI-toepassingen als ChatGPT ingezet worden door lerenden om fraude te plegen bij schrijfopdrachten”, zo vertelt minister Adriaansens.
Kansen en bedreigingen van AI op de arbeidsmarkt zijn onbekend
Op de vraag welke kansen en bedreigingen kunstmatige intelligentie biedt voor de arbeidsmarkt, citeert de bewindsvrouw ChatGPT. “Het effect van ChatGPT op de Nederlandse arbeidsmarkt is momenteel onbekend, omdat het model nog relatief nieuw is en nog niet op grote schaal is toegepast. Het kan echter worden gebruikt in verschillende sectoren, zoals customer service, waardoor het potentieel heeft om de efficiëntie en productiviteit te verhogen en de kosten te verlagen. Dit kan leiden tot veranderingen in de arbeidsmarkt, zoals automatisering van bepaalde taken en een grotere vraag naar vaardigheden die gericht zijn op het werken met deze technologie.”
De minister benadrukt dat door AI banen kunnen verdwijnen, maar dat er ook nieuwe voor in de plaats kunnen komen. Medewerkers hebben daarvoor wel nieuwe vaardigheden nodig. Het is daarom belangrijk om in te zetten op het verbeteren van digitale vaardigheden en het opleiden of trainen van ICT-personeel.
Er kleven echter ook gevaren aan de inzet van AI op de arbeidsmarkt, in het bijzonder bij de werving en selectie van nieuw personeel. Kunstmatige intelligentie kan discriminatie en uitsluiting in de hand werken. “Als werkgevers kiezen voor de inzet van een algoritme bij werving en selectie, dan dienen zij volgens het College voor de Rechten van de Mens te controleren of er nog steeds een inzichtelijke, controleerbare en systematische procedure wordt gebruikt”, schrijft de bewindsvrouw.
