Close-up van handen op het toetsenbord van een laptop
© Gajus/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

De Autoriteit Persoonsgegevens gaat onderzoeken in hoeverre Europese bedrijven en instanties het recht op inzage naleven. De komende tijd worden Nederlandse overheidsorganisaties en bedrijven aan de tand gevoeld hierover. Ook andere Europese privacytoezichthouders steken de handen uit de mouwen.

Dat meldt de Autoriteit Persoonsgegevens in een persverklaring.

Het recht op inzage en andere rechten in de AVG

Het derde hoofdstuk van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gaat over de rechten die mensen hebben wiens gegevens worden verwerkt door bedrijven en organisaties. Er staat onder meer dat partijen een informatieplicht hebben, en dat informatie op een begrijpelijke, toegankelijke en beknopte manier moet worden overhandigd.

Daarnaast formuleert het derde hoofdstuk een aantal rechten die mensen hebben. Eén van die rechten is het recht op inzage (artikel 15 AVG). Dat houdt in dat een betrokkene het recht heeft om te informeren of en welke gegevens van hem worden verwerkt. Het doel van dit recht is om mensen meer grip te geven op hun persoonlijke gegevens. Tevens is het een controlemiddel om te zien of organisaties zich aan de regels houden bij de verwerking van persoonsgegevens en andere data.

Het recht op inzage vormt de basis van diverse andere rechten. Als uit inzage blijkt dat bepaalde gegevens onjuist zijn, dan heb je het recht om aan te geven dat deze gegevens gerectificeerd moeten worden (artikel 16). Maak je geen gebruik meer van de diensten van een bedrijf of dienstverlener, dan kun je een verzoek indienen om je gegevens te laten verwijderen. Dit wordt ook wel het recht op vergetelheid genoemd en is vastgelegd in artikel 17 van de AVG.

Andere rechten die in het derde hoofdstuk worden genoemd, zijn onder meer het recht op overdraagbaarheid van gegevens (artikel 20), het recht om bezwaar te maken tegen verwerking van persoonsgegevens (artikel 21) en het recht om bezwaar te maken tegen geautomatiseerde besluitvorming (artikel 22).

Recht op inzage gaat in praktijk vaak mis

Het recht op inzage is zoals je ziet een belangrijk recht. Om die reden is het dan ook belangrijk dat Europese bedrijven inzageverzoeken serieus nemen. Het komt in praktijk echter regelmatig voor dat het recht op inzage niet serieus wordt genomen door verwerkingsverantwoordelijken.

Uit onderzoek van de Consumentenbond bleek dat een kwart van de Nederlandse bedrijven geen gehoor gaf of te laat reageerde op inzageverzoeken. Artikel 12 van de AVG bepaalt dat een partij “onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst” moet voldoen aan een inzageverzoek. De Oostenrijkse privacystichting Noyb constateerde dat sommige bedrijven jaren de tijd nemen om de gewenste informatie te verstrekken.

De Autoriteit Persoonsgegevens zegt vaak klachten te ontvangen van mensen die hun gegevens willen inzien, maar waarbij het misgaat. Daarom benadert de toezichthouder de komende tijd diverse Nederlandse organisaties met een vragenlijst. “De insteek daarvan is om te verkennen hoe organisaties het recht op inzage in de praktijk vormgeven. Als uit de antwoorden mogelijke overtredingen blijken, kan de AP die verder onderzoeken en waar nodig handhaven”, aldus de AP.

EDPB rapporteert over de uitkomsten

De Autoriteit Persoonsgegevens is niet de enige die een onderzoek instelt naar het inzagerecht. Ook andere toezichthouders uit de EU-lidstaten gaan ermee aan de slag. Zij hebben zich verenigd in de European Data Protection Board (EDPB). Dit orgaan gaat de resultaten van de deelnemende landen bundelen en rapporteren. Wanneer we de uitkomsten en bevindingen kunnen verwachten, is onbekend.

Laat een reactie achter