De Oostenrijkse privacystichting Noyb vindt het schandalig dat vijf jaar na de inwerkingtreding van de AVG veel bedrijven moeite hebben om te voldoen aan het recht op inzage. In sommige gevallen duurt het jaren voordat een bedrijf of organisatie de gewenste informatie verstrekt. De stichting wil dat toezichthouders boetes opleggen, hopende dat dit voor een betere naleving zorgt.
Dat schrijft Noyb in een persbericht.
Recht op inzage
De Algemene Verordening Gegevensbescherming of AVG is sinds mei 2018 van kracht in Europa. De AVG benoemt en beschrijft de spelregels op het gebied van privacy. Overheidsorganen, bedrijven en organisaties die actief zijn in de EU en persoonsgegevens verwerken zijn verplicht om deze regels na te leven. De verordening formuleert onder meer de rechten voor burgers om hun gegevens in te zien en te wijzigen, aan welke plichten instanties dienen te voldoen om de privacy van hun klanten te waarborgen, en de belangrijkste juridische grondslagen voor dataverzameling en -verwerking.
Het naleven en uitvoeren van de regels die zijn vastgelegd in de AVG, blijkt in de praktijk soms lastig te zijn. Een voorbeeld daarvan is artikel 15, dat het recht op inzage verwoordt. Daarin staat dat iemand het recht heeft om na te gaan welke gegevens een bedrijf of organisatie over hem of haar bewaart. Artikel 12 bepaalt dat een partij deze informatie “onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst” moet overhandigen.
Federale rechter bepaalt dat sportstreamingdienst gehoor moet geven aan inzageverzoek
In de praktijk komt het echter regelmatig voor dat bedrijven jaren de tijd nemen om gehoor te geven aan een inzageverzoek. Sportstreamingsdienst DAZN maakt het wel heel gortig: dat bedrijf nam ruim vier en een half jaar de tijd om de benodigde informatie te verstrekken van een inzageverzoek. Bovendien ging het niet zonder slag of stoot.
Volgens Noyb nam het inwilligen van het inzageverzoek zo veel tijd in beslag omdat de Dataschutzbehörde (DSB), de Oostenrijkse gegevensbeschermingsautoriteit, te passief reageerde op de kwestie. Om zijn gelijk te halen moest de privacystichting naar het Bundesverwaltungsgericht (BVwG) stappen, de federale rechtbank. Zodoende kon DAZN jarenlang het inzageverzoek naast zich neerleggen.
Op woensdag 6 september bepaalde de rechtbank dat DAZN verplicht was om de informatie van het inzageverzoek te verstrekken. Een week later overhandigde de streamingdienst alle benodigde gegevens.
Noyb pleit voor opleggen boetes
“Het is teleurstellend dat bedrijven na vijf jaar AVG het recht op inzage nog steeds geheel of gedeeltelijk kunnen negeren”, zo zegt Marco Blocher, privacyadvocaat bij Noyb. Hij stelt dat bedrijven ‘tientallen kansen’ krijgen om juridische procedures aan te vechten, en zo de uitvoering van een inzageverzoek jaren voor zich uit te schuiven.
De privacyadvocaat pleit er dan ook voor dat toezichthouders boetes opleggen aan bedrijven die inzageverzoeken naast zich neerleggen. “Net als bij snelheidsovertredingen zouden zelfs kleine boetes die met weinig tamtam worden opgelegd tot een veel betere naleving kunnen leiden, en iedereen een hoop onnodig werk kunnen besparen”, aldus Bocher.
DAZN is volgens Noyb geen op zichzelf staand geval. Ongeveer vierhonderd zaken die de privacystichting momenteel behandelt, zijn al meer dan twee jaar in behandeling.
