Eén centrale database waar alle persoonsgegevens die burgers aanleveren worden opgeslagen, is een slecht idee. Het brengt grote privacyrisico’s met zich mee en een datalek heeft verstrekkende gevolgen. Het kabinet doet er daarom goed aan om het wetsvoorstel dat dit regelt aan te passen of in te trekken.
Dat zegt de Autoriteit Persoonsgegevens in een advies over de wijziging van de Paspoortwet.
Kabinet wil persoonsgegevens centraal opslaan
Wie een paspoort aanvraagt of moet verlengen, kan daarvoor aankloppen bij de gemeente. Burgers moeten hiervoor een pasfoto, vingerafdruk en handtekening aanleveren. De gemeenten bewaart deze gegevens. Nadat het identiteitsbewijs is gemaakt en overhandigd, verwijdert de gemeente de vingerafdruk.
Het kabinet wil af van dit systeem. De overheid ziet meer heil in één centrale database waar deze gegevens worden opgeslagen. Het idee is dat vingerafdrukken, net als nu het geval is, worden gewist zodra het paspoort is uitgereikt. Pasfoto’s en handtekeningen worden langdurig opgeslagen.
Om dit mogelijk te maken wil het kabinet de Paspoortwet aanpassen. Voordat de regering de wetswijziging naar het parlement opstuurt, vroeg ze de Autoriteit Persoonsgegevens om advies. De privacywaakhond is minder enthousiast over het plan en ziet allerlei obstakels.
Wolfsen: ‘Hackers zijn straks met één hack klaar’
Om te beginnen neemt het kabinet grote risico’s voor burgers. Volgens de toezichthouder is een centrale database weliswaar eenvoudiger te beveiligen, maar de gevolgen zijn niet te overzien als het misgaat. Een foutieve instelling in de configuratie of een andere menselijke fout en er liggen meer persoonlijke gegevens op straat dan bij decentrale opslag.
“De pasfoto’s en handtekeningen van bijna alle Nederlanders bij elkaar, en dan ook nog eens de vingerafdrukken van de mensen die wachten op een paspoort: dat is een goudmijn voor cybercriminelen. In plaats van in te moeten breken in de databases van ruim 300 gemeenten, zijn criminelen straks met één hack klaar”, zegt bestuursvoorzitter Aleid Wolfsen.
Hij benadrukt dat biometrische gegevens als vingerafdrukken geliefd zijn bij hackers en cybercriminelen. Deze gegevens zijn uiterst gevoelig voor identiteitsfraude. Tevens kunnen ze gebruikt worden om mensen te discrimineren. In het adviesrapport (pdf) schrijft de toezichthouder dat het onduidelijk is hoe een centrale database bijdraagt aan de bestrijding van fraude.
AP waarschuwt voor function creep
Tevens is de Autoriteit Persoonsgegevens bang dat de wetswijziging in de toekomst zal leiden tot function creep. Dat betekent dat technologie voor andere doeleinden wordt ingezet dan waar ze oorspronkelijk voor ontwikkeld is. Dat is volgens de privacywaakhond niet uit te sluiten.
“Je begeeft je op een hellend vlak, we kunnen met hele kleine stapjes tegelijk in zeer onwenselijke situaties terecht komen”, aldus Wolfsen. “Eerst wil de politie die vingerafdrukken gebruiken voor het oplossen van zeer ernstige misdrijven, daarna ook voor iets minder ernstige misdrijven. Waar eindigt dat? Daar moet je goed over nadenken, voordat je kiest voor een centrale database.”
Verder meent de toezichthouder dat er geen noodzaak is om persoonsgegevens in een centrale database te bewaren. “Je moet echt met hele goede argumenten komen als je zoiets ingrijpends wil. Als je die niet hebt, dan moet je het gewoon niet doen”, zegt Wolfsen. Volgens hem heeft het kabinet de nadelen niet goed in kaart gebracht en afgewogen.
Verantwoordelijkheden niet goed verdeeld
Tot slot is de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van gegevens niet goed verdeeld tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de gemeenten. Hierdoor bestaat het risico dat overheidsinstanties zich achter elkaar verschuilen en niemand zich verantwoordelijk voelt als het ooit mis mocht gaan.
Mocht het kabinet het plan voortzetten, dan adviseert de Autoriteit Persoonsgegevens om de volledige verantwoordelijkheid bij het ministerie te leggen.
