ACM: ‘Telecomaanbieders moeten zoveel mogelijk identiteitsgegevens doorgeven aan 112’

ACM: ‘Telecomaanbieders moeten zoveel mogelijk identiteitsgegevens doorgeven aan 112’

Laatst bijgewerkt: 3 juni 2020
Leestijd: 3 minuten, 5 seconden

Mobiele telecomaanbieders moeten hun best doen om ‘zo volledig mogelijke gegevens’ door te geven aan alarmnummer 112. Verder moet het noodnummer via alle technieken die providers gebruiken voor normale telefoongesprekken bereikbaar zijn, zowel via de huidige als toekomstige technieken.

Dat schrijft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in een document over nieuwe beleidsregels. De markttoezichthouder blikt hiermee vooruit op de toekomst waarin 5G, Internet of Things (IoT) en andere opkomende technologieën een belangrijke rol gaan spelen. In het rapport geeft de ACM adviezen over hoe alarmnummer 112 in dit scenario bereikbaar of ‘aankiesbaar’ blijft. Het gaat vooralsnog om een conceptversie van de nieuwe beleidsregels.

Bellen via WiFi

112 is net een autoverzekering: het is goed dat het er is, maar je hoopt er nooit gebruik van hoeven te maken. Wie via zijn of haar smartphone naar het noodnummer belt, wordt meestal via het 2G- of 3G-netwerk verbonden met de alarmcentrale. De komende jaren wordt dat een stuk minder, omdat deze netwerken vervangen worden door 4G, 5G en WiFi-netwerken. Om telecomaanbieders duidelijk te maken hoe ze in de toekomst 112 bereikbaar moeten maken en houden, heeft de ACM nieuwe beleidsregels opgesteld.

Simpel gezegd zegt de ACM dat het alarmnummer bereikbaar moet zijn “via alle methoden die consumenten ook kunnen gebruiken om andere gesprekken te voeren”. Als een telecomaanbieder bijvoorbeeld ‘bellen via WiFi’ aanbiedt, moet dat ook gebruikt kunnen worden om 112 te bellen. Nu wordt deze techniek voornamelijk ingezet om naar andere mobiele nummers te bellen.

Locatiegegevens

In de conceptbeleidsregels beschrijft de ACM tevens welke gegevens meegestuurd moeten worden als iemand 112 belt. Locatiegegevens is daar een voorbeeld van. Specifiek hebben we het dan over de locatie van de zendmast waarmee de mobiele telefoon van de beller op dat moment verbonden is. Om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de locatie, moet volgens de consumentenwaakhond ook locatie-informatie uit de telefoon van de beller worden meegestuurd. Als informatie over de identiteit van de beller beschikbaar is, moet deze eveneens doorgegeven worden aan de alarmcentrale. “Op basis van die informatie is voor hulpdiensten sneller duidelijk waar ze naartoe moeten”, aldus de ACM.

De toezichthouder constateert dat het meesturen van deze informatie bij de meeste telecomaanbieders inmiddels al geregeld is. Dat is te danken aan een techniek die Advanced Mobile Location (AML) heet. Deze stuurt automatisch je locatiegegevens door als je naar 112 belt. Deze wordt berekend met behulp van zendmasten waarmee een mobiele telefoon verbinding maakt, omliggende WiFi-netwerken, GPS-chip en andere sensoren die aanwezig zijn in een smartphone. De telefoon verstuurt een sms’je naar de meldkamer met daarin de coördinaten, het telefoonnummer en het IMEI-nummer van de telefoon. AML werd afgelopen jaar geïntroduceerd door providers. We moeten misschien een stukje van onze privacy opofferen, maar we redden er wel mensenlevens mee.

AML infographic

Tot slot beschrijft de ACM in de conceptbeleidsregels welke technieken in welke volgorde gebruikt moeten worden als er op meerdere manieren naar het alarmnummer gebeld kan worden. Dat is volgens de toezichthouder nodig, omdat bij sommige technieken minder gegevens worden doorgestuurd naar de alarmcentrale. Het is de taak van mobiele telecomaanbieders om voorrang te geven aan technieken die de meeste gegevens doorgeven. Dat betekent dat telefoontjes naar 112 in eerste instantie via 2G/3G/4G/5G verlopen, bij slechte mobiele dekking gaat dit over op WiFi. Als ook WiFi niet beschikbaar is, dan moet er gebruik gemaakt worden van het mobiele netwerk van een andere telecomaanbieder.

Inwerkingtreding

Zoals gezegd gaat het om conceptbeleidsregels. De ACM vraagt om feedback van providers. Zij hebben tot 23 juni om hier gehoor aan te geven. De toezichthouder belooft dat de reacties worden meegenomen bij de vaststelling van de definitieve beleidsregels. Deze moeten op 1 januari 2021 inwerking treden. Om dat te realiseren moet de Telecommunicatiewet voor die datum gewijzigd worden.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen