De EU werkt aan nieuwe regels om de toegang tot digitale gegevens voor forensisch digitaal onderzoek naar strafbare feiten te versnellen. Het gaat om bewijsmateriaal dat ligt opgeslagen bij online dienstaanbieders, ongeacht de locatie. Het streven is dat de verordening eVidence in maart 2026 in werking treedt in alle EU-lidstaten.
Dat meldt het ministerie van Justitie en Veiligheid in een persverklaring.
Digitaal bewijsmateriaal opvragen is een langdurig proces
Steeds meer criminelen maken gebruik van technologie om misdrijven te plannen en te plegen. Uit onderzoek blijkt dat in 85 procent van de strafrechtelijke onderzoeken digitale gegevens worden gebruikt. Instanties vertrouwen daarom steeds meer op elektronisch bewijsmateriaal om hen op te sporen en te veroordelen. Dan moet je denken aan e-mails, sms-berichten, audiovisuele content en informatie over de online accounts van gebruikers.
Toegang krijgen tot dit bewijsmateriaal is momenteel een langdurig en ingewikkeld proces, omdat het vaak in een ander land is opgeslagen. Dat komt doordat aanbieders van online diensten gebruikersgegevens op servers in verschillende landen bewaren, zowel binnen als buiten de EU. In meer dan de helft van alle strafrechtelijke onderzoeken moeten handhavings- en opsporingsdiensten een grensoverschrijdend verzoek indienen om toegang te krijgen tot dit bewijsmateriaal.
Rechtstreeks toegang tot elektronisch bewijsmateriaal dankzij nieuwe verordening
Dat kan en moet anders, zo vindt Brussel. Daarom werkt Europa aan nieuwe regels om de vergaring van digitaal bewijsmateriaal te vereenvoudigen: eVidence. Het gaat om een verordening voor het bewaren van elektronisch bewijsmateriaal door online dienstaanbieders, en een richtlijn om ervoor te zorgen dat in alle EU-lidstaten dezelfde regels worden gehanteerd voor bewijsvergaring in strafprocedures.
De nieuwe regels bepalen dat rechterlijke instanties in lidstaten rechtstreeks toegang krijgen tot elektronisch bewijsmateriaal dat is opgeslagen bij online aanbieders die een kantoor hebben in de EU. Toegangsverzoeken hoeven dan niet langer meer via instanties van andere EU-landen te lopen. De richtlijn verplicht alle dienstverleners die niet in de EU zijn gevestigd maar wel hier diensten aanbieden om een wettelijke vertegenwoordiger aan te wijzen.
De verordening kent een verstrekkingsbevel en een bewaringsbevel. Met een verstrekkingsbevel krijgt een rechterlijke instantie rechtstreeks toegang tot digitaal bewijsmateriaal dat wordt bewaard in een andere lidstaat. De dienstverlener moet binnen tien dagen reageren op het inzageverzoek. In dringende gevallen bedraagt de tijd om te reageren zes uur. Het bewaringsbevel moet voorkomen dat een online dienstverlener elektronisch bewijsmateriaal per ongeluk vernietigt terwijl het verstrekkingsbevel nog in behandeling is.
Ministerie gaat de nieuwe Europese regels in nationale wetgeving verwerken
De eVidence verordening treedt vanaf maart 2026 in werking. Het ministerie van Justitie en Veiligheid benadrukt dat de nieuwe Europese regels een belangrijk instrument zijn om criminelen in heel de EU te berechten. Het departement gaat de komende twee jaar gebruiken om wetswijzigingen te implementeren die nodig zijn om de Europese regels in de nationale wetgeving op te nemen.
“Naast het ontwikkelen van nieuwe wetgeving omtrent het delen van digitaal bewijsmateriaal zijn er belangrijke veranderingen op til voor ons opsporingsapparaat en Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een publiek private samenwerking met diverse vertegenwoordigers van de verschillende internetdiensten in Nederland gestart om de vernieuwing in goede banen te leiden”, aldus het ministerie. Meer details over de implementatie van de eVidence verordening geeft het departement niet.
