Digitale technologie heeft ervoor gezorgd dat de manier waarop we vandaag de dag oorlog voeren, sterk is veranderd. Het Rode Kruis ziet een zorgwekkende trend: burgers raken steeds vaker betrokken in gewapende conflicten doordat zij als hacker de tegenpartij aanvallen. De non-profitorganisatie roept ‘hacktivistische’ burgers op om geen cyberoperaties tegen hun vijand uit te voeren, zeker niet tegen civiele doelen.
Die oproep doet het International Committee of the Red Cross (ICRC) op internet.
Burgers voeren steeds vaker cyberaanvallen uit in oorlogssituaties
In het verleden hebben we diverse voorbeelden gezien van zogeheten ‘patriottische hackers’ of burgerhackers die zich met gewapende conflicten bemoeien. In de oorlog tussen Rusland en Oekraïne bijvoorbeeld heeft hackersgroep Anonymous de website van onder meer het Kremlin, ministerie van Defensie, de Staatsdoema en de Russische Centrale Bank offline gehaald. Na deze aanvallen beloofde Rusland hard op te treden tegen deze ‘cyberagressie van anonieme hackers en provocateurs’.
Ook in de recente geweldsexplosie tussen Israël en Palestina hebben we uitnodigingen voorbij zien komen op internet om civiele of militaire doelwitten digitaal aan te vallen. Zo zou de Israëlische Centrale Bank zijn belaagd door Russische hackersgroepen als Killnet en Usersec. De website van de Jerusalem Post is naar verluidt aangevallen door Anonymous Sudan. Volgens FalconFeedsio, die nauwlettend in de gaten houdt waar en wanneer cyberaanvallen hebben plaatsgevonden, zijn er al zeker 70 incidenten geweest tegen landen die Israël steunen.
‘Cyberspace is geen wetteloze plek’
Het Rode Kruis vindt deze ontwikkeling, waarbij burgers zich in een gewapend conflict mengen door cyberaanvallen uit te voeren, uiterst zorgwekkend. Om te beginnen brengen digitale aanvallen schade toe aan de burgerbevolking, zeker als ze civiele bedrijven en organisaties aanvallen. Daarnaast lopen burgerhackers het risico dat ze zichzelf en hun familie blootstellen aan mogelijke tegenaanvallen van de vijand. Tot slot vervaagt de grens tussen burgers die het slachtoffer zijn van oorlogsvoering en burgers die zich als ‘cyberwarrior’ gedragen.
“Cyberspace is geen wetteloze plek, ook oorlogen kennen grenzen”, zo schrijft het ICRC. Internationaal humanitair recht verbiedt het bijvoorbeeld om hackaanvallen uit te voeren tegen militaire doelwitten door burgers. Internationale wet- en regelgeving kent honderden regels voor iedereen die overweegt om een cyberaanval op de vijand uit te voeren. Het Rode Kruis heeft er acht uitgelicht, waarvan zij vindt dat iedereen deze moet kennen en respecteren.
- Voer geen rechtstreekse cyberaanvallen uit tegen civiele doelwitten;
- Gebruik geen malware of andere middelen en technieken die zich automatisch verspreiden en schade toebrengen aan willekeurige militaire en civiele doelwitten;
- Als je een cyberaanval uitvoert tegen een militair doel, doe er dan alles aan om het risico op burgerslachtoffers te minimaliseren;
- Voer geen cyberoperaties uit tegen medische en humanitaire voorzieningen;
- Voer geen cyberaanvallen uit tegen doelwitten die onmisbaar zijn voor het overleven van de bevolking, of die gevaarlijke represailles teweeg kunnen brengen;
- Dreig niet met geweld om terreur te zaaien onder de burgerbevolking;
- Zet niet aan tot schendingen van het internationaal humanitair recht; en
- Houd je aan deze regels, ook al doet de vijand dat niet.
Staten moet paal en perk stellen aan cyberaanvallen door burgers
“Staten mogen niet aanmoedigen of tolereren dat burgerhackers cyberoperaties uitvoeren in de context van een gewapend conflict. Hoe meer civiele hackers zich bezighouden met cyberoperaties, hoe groter het risico op operaties die het recht schenden en de grens tussen strijders en burgers doen vervagen”, aldus het ICRC. Daarom roept het Rode Kruis landen en naties op om voldoende rekening te houden met het risico dat burgers het doelwit worden van de vijand als ze worden aangemoedigd om deel te nemen aan militaire cyberoperaties.
“Elke staat die zich inzet voor de rechtsstaat of een ‘op regels gebaseerde internationale orde’, mag zijn ogen niet sluiten als burgers op zijn grondgebied cyberoperaties uitvoeren die in strijd zijn met het nationale of internationale recht, zelfs als ze gericht zijn tegen een tegenstander”, zo vervolgt het Rode Kruis. In veel scenario’s zijn staten dan juridisch gezien verantwoordelijk voor de gevolgen van de cyberaanvallen, bijvoorbeeld als een regime de bevolking daartoe aanmoedigt of aanspoort. Het is daarom aan staten om beperkingen te stellen aan cyberoorlogvoering door de burgerbevolking.
