Oostenrijks gerechtshof vraagt Europees Hof of Facebook AVG ondermijnt

Voorzittershamer op een tafel met een vlag van de Europese Unie op de achtergrond

Het Oberster Gerichtshof heeft het verzoek van privacyactivist Max Schrems ingewilligd. Het Oostenrijkse hooggerechtshof heeft besloten om een aantal van zijn vragen voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. In essentie draait het om de vraag wanneer er sprake is van toestemming en een contract.

Dat schrijft Noyb op zijn site. Noyb is een acroniem dat staat voor None of your business.

Hoogoplopend juridisch conflict tussen Schrems en Facebook

Max Schrems en Facebook zijn al jaren verwikkeld in een ingewikkelde juridische strijd. De privacyactivist uit Oostenrijk vindt dat Facebook geen toestemming heeft van gebruikers om hun data te verzamelen en verwerken. Sinds de inwerkingtreding van de AVG in mei 2018 is dit verplicht. Facebook zegt op zijn beurt dat er niets mis is met haar werkwijze. Simpel gezegd claimt het sociale netwerk van Mark Zuckerberg dat gebruikers die akkoord gaan met de algemene voorwaarden, daarmee een contract tekenen. Daarmee geven ze aan dat ze het goed vinden dat Facebook data vergaart en deelt met derden.

Eind vorig jaar oordeelde het Oostenrijkse hooggerechtshof in het voordeel van Facebook. Volgens de rechter is de dataverwerking door Facebook niet onrechtmatig. In zijn ogen zijn de algemene voorwaarden van het platform goed en helder uitgelegd. Door gebruikersdata met derden te delen, verdient Facebook geld. Deze inkomsten gebruikt het bedrijf om het platform te onderhouden. Om die reden is het, in de context van de AVG, noodzakelijk dat Facebook data verwerkt.

Schrems was het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. “Facebook maakt duidelijk misbruik van de wet en dit kan niet worden getolereerd”, zei de privacyvoorvechter in december. Hij kondigde aan dat hij in hoger beroep zou gaan tegen de uitspraak.

Toestemming of contract?

Voordat het Oostenrijkse hooggerechtshof het hoger beroep van Schrems in behandeling neemt, heeft ze besloten om een aantal kernvragen die in deze zaak centraal staan voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Daarmee komt de rechter tegemoet aan het verzoek van Schrems. Het hof heeft twijfels over de rechtsgrondslag die Facebook voor vrijwel alle verwerkingen van persoonsgegevens hanteert.

Tot 25 mei 2018 -de datum dat de AVG in werking trad- beweerde Facebook dat gebruikers instemming verleenden om gepersonaliseerde advertenties te ontvangen. De AVG gaf gebruikers het recht om op ieder moment hun toestemming weer in te trekken. Facebook veranderde op dat moment de instemmingsclausule in een ‘contract’, waarbij gebruikers als het ware gepersonaliseerde reclame ‘bestelden’.

En dat kan volgens Schrems niet door de beugel, omdat Facebook op deze manier moedwillig de Europese privacywetgeving probeert te omzeilen. “Facebook probeert gebruikers van veel rechten te beroven door toestemming simpelweg te ‘herinterpreteren’ als een civielrechtelijk contract. Dit is niets anders dan een goedkope poging om de AGV te omzeilen”, aldus Schrems.

Met ‘herinterpreteren’ bedoelt de privacyactivist dat bij een contract geen sprake hoeft te zijn ‘geïnformeerde toestemming’ en het ‘vrijelijk geven van toestemming’. Dit in tegenstelling tot toestemming, waarbij deze eisen wel gelden.

Mag Facebook bijzondere persoonsgegevens gebruiken voor gepersonaliseerde advertenties?

De vraag of Facebook het verwerken van gebruikersdata inderdaad mag bestempelen als een contract, is één van de kernvragen die het Oostenrijkse hooggerechtshof heeft voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. Een andere vraag gaat over of het gebruik van alle gegevens op Facebook.com en andere bronnen (zoals de Like-knoppen) verenigbaar is met het beginsel van minimale gegevensverwerking, dat is vastgelegd in artikel 5.1(c) van de AVG. De twee andere vragen hebben betrekking op het gebruik van bijzondere persoonsgegevens (zoals politieke opvattingen en seksuele geaardheid) voor gepersonaliseerde advertenties (artikel 9 AVG).

Volgens Schrems zijn al deze kernvragen van cruciaal belang. “Facebook mag misschien niet meer alle gegevens voor advertenties gebruiken, zelfs niet als het daarvoor geldige toestemming heeft gekregen. Het kan ook zijn dat het gevoelige gegevens zoals politieke meningen of gegevens over seksuele geaardheid moet filteren. Tot dusver heeft Facebook betoogd dat het geen onderscheid maakt tussen deze soorten gegevens.”

Facebook moet boete van 500 euro betalen wegens emotionele schade

In een afzonderlijke zaak bevestigde het Oostenrijkse hooggerechtshof opnieuw dat Facebook een schadevergoeding van 500 euro moet betalen aan Schrems. Het sociale netwerk gaf de privacyactivist geen volledige toegang tot zijn gegevens toen hij daar om vroeg. Volgens het hof kreeg Schrems niet alle ruwe gegevens, noch cruciale informatie waar hij om vroeg. Doordat hij niet wist welke bedrijven toegang hadden tot zijn gegevens, bezorgde dat hem emotionele schade.

“Het is duidelijk dat Facebook de relevante informatie feitelijk niet verstrekt”, zo zei Schrems eind vorig jaar toen de uitspraak van het hooggerechtshof in zijn voordeel uitpakte. “Ik ben blij te zien dat de rechtbank ook schadevergoeding heeft toegestaan voor dergelijke gevallen, waarin bedrijven de gebruikers consequent het recht ontzeggen om te weten welke gegevens een bedrijf over hen bewaart.”

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen