Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft software ontwikkeld om gezichten van verdachten op verschillende foto’s of camerabeelden te vergelijken. Het computerprogramma kan sneller en objectiever vastleggen of de man of vrouw op de beelden dezelfde persoon is of niet, zelfs als de beeldkwaliteit slecht is. De software maakt het werk van de politie, het Openbaar Ministerie en de rechter een stuk eenvoudiger.
Het NFI schrijft op zijn website uitgebreid over de nieuwe gezichtsherkenningssoftware.
Discussie over fotomateriaal in de rechtszaal
In de rechtbank wordt vaak volop gediscussieerd over beeldmateriaal dat wordt aangedragen als bewijs. De foto’s zijn vaak afkomstig van een beveiligingscamera, of snel geschoten met een smartphone. De kwaliteit laat daardoor vaak te wensen over. In praktijk levert dat de nodige problemen op: wie is dat op de foto? Is dat de verdachte die van een misdrijf wordt beschuldigd? Of is het mogelijk iemand anders?
Decennialang moest de officier van justitie aan zonder technische hulpmiddelen de rechtbank overtuigen dat de persoon op de foto de dader was. De beoordeling daarvan werd vaak overgelaten aan professionals met een getraind oog. Arnout Ruifrok, beeldanalist bij het NFI, heeft er zijn werk van gemaakt. Aan de hand van de vorm van het gezicht, de ogen, rimpels op het voorhoofd, neusvleugels, mondhoeken en onderscheidende kenmerken als moedervlekken of tatoeages, kan hij een verdachte op foto’s herkennen.
Algoritme analyseert objectief gezichtskenmerken
Het is verre van eenvoudig om op deze manier vast te stellen of iemand op een foto degene is van wie het Openbaar Ministerie vermoedt dat het de dader is. Zeker als het beeldmateriaal van lage kwaliteit is. Na jaren van onderzoek heeft Ruifrok een slim algoritme ontwikkeld dat in staat is om gezichtskenmerken objectief te analyseren.
“Stel je hebt in een zaak twee foto’s, het betwiste beeld van een overvaller en het referentiebeeld van de verdachte. Daar kijk ik als deskundige naar, maar nu ‘kijkt’ een softwareprogramma ook mee. Net als de mens, ‘kijkt’ de computer ook naar de gezichtskenmerken”, legt Ruifrok uit.
Het algoritme is getraind om heel veel afbeeldingen van een gezicht onder uiteenlopende omstandigheden te herkennen. Denk aan belichting, weersomstandigheden, bewegingsonscherpte en schaduwen. De software geeft een score dat tussen de 0 en 1 ligt. Hoe hoger de uitkomst, des te groter de overeenkomst.
Bewijskracht uitrekenen
Deze score vertalen naar bewijskracht is ingewikkelder. Ook daar heeft Ruifrok een oplossing voor bedacht. Hij ontwikkelde een methode die bepaalt hoe groot de invloed is van de kwaliteit van de foto op de uiteindelijke score. Wat blijkt? De score van de gezichtsherkenningssoftware is hoog als je foto’s van slechte kwaliteit laat vergelijken, omdat ze veel overeenkomsten hebben.
Maar hoe kom je erachter dat de score hoog is omdat de gezichten met elkaar overeenkomen, en niet gebaseerd is op bijvoorbeeld omgevingselementen of lichtinval? Daarvoor legde hij een database aan met foto’s van lage kwaliteit van vrijwilligers. De software vergeleek deze met beeldmateriaal van betere kwaliteit. Vervolgens rekent de beeldanalist de bewijskracht uit “door de kans om een score te vinden als het dezelfde persoon is te vergelijken met de kans op de score als het een foto van een ander persoon is”.
Twee oordelen naast elkaar
Het oordeel van de mens en het oordeel van de software worden voortaan allebei in het deskundigenrapport opgenomen. Beide oordelen blijven naast elkaar bestaan, zo benadrukt Ruifrok. “Als mens kun je verschillen toelichten en bediscussiëren. Ik zie een rimpel, heb je die ook gezien of is het toch schaduw? En tel je hem wel of niet mee? Als deskundigen kunnen we daarover met elkaar in gesprek gaan. Met de computer kan dat niet, die kan de grijze gebieden niet duiden.”
De nieuwe methode vergroot de bewijskracht van foto’s van lage kwaliteit. Er is echter altijd ruimte voor verbetering, erkent Ruifrok die zich al twintig jaar met gezichtsvergelijkingen bezighoudt. “Toch blijf ik me bewust van de beperkingen die ik als mens heb. Zoals bias, vooringenomenheid. Die moet je erkennen, zo werkt ons brein nou eenmaal. Daarom kijken we altijd met drie paar ogen onafhankelijk naar de foto’s van gezichten. Dat we nu ook de vergelijkingssoftware als objectievere methode inzetten, is daar een mooie aanvulling op”, aldus de beeldanalist.
‘Je hebt nu een uitweg’
Strafrechtadvocaat Anis Boumanjal is het daar volledig mee eens. Tegenover RTL Nieuws erkent hij dat er regelmatig discussie is over camerabeelden in de rechtbank. “De agenten weten vaak dat herkenning een sluitstuk kan zijn in een zwakke zaak. Op regelmatige basis zie je wel dat rechters dat laten meespelen en dat is gevaarlijk. Je moet van goede huize komen als advocaat om iemand dan vrijgesproken te krijgen.”
Boumanjal vindt het een goede zaak dat de gezichtsherkenningssoftware van het NFI er is. “Je hebt nu een uitweg, ook als advocaat. Agenten verkeren soms echt in de veronderstelling dat het iemand is, maar de praktijk wijst vaak anders uit”, legt de strafrechtadvocaat uit.
