Minaret van de Nabawi moskee in Medina
© Ismail Rajo/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deed jarenlang in het grootste geheim onderzoek naar Nederlandse salafisten. Demissionair minister Karien van Gennip zegt er alles aan te doen om het vertrouwen tussen de moslimgemeenschap en de overheid te willen herstellen. De Autoriteit Persoonsgegevens noemt de praktijken van de minister een “zorgelijke ontwikkeling” en wil dat de overheid gedupeerden alsnog actief gaat informeren over het schenden van hun grondrechten.

Dat zegt Aleid Wolfsen, bestuursvoorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, in een reactie tegenover NRC.

Minister wil vertrouwen tussen moslimgemeenschap en overheid herstellen

Eerder deze week schreef minister Van Gennip in een brief aan de Tweede Kamer dat niet alleen diverse Nederlandse gemeenten, maar ook haar ministerie onderzoek liet doen naar moslimgemeenschappen. Daarbij werden “personen, organisaties en netwerken binnen de moslimgemeenschappen” onder de loep gelegd. Doelwit waren ultraorthodoxe aanhangers van de islam, ook wel salafisten genoemd.

In het onderzoek werden privacygevoelige gegevens vastgelegd, zoals religieuze overtuiging, gedragingen en uitingen. “Ik betreur dit zeer en trek hier lessen uit voor de toekomst”, zo schrijft minister Van Gennip aan de Tweede Kamer. Ze ontkent echter dat het onderzoek zonder gegronde reden en juridische grondslag heeft plaatsgevonden. Tot slot zegt de minister haar best te zullen doen om het vertrouwen tussen de moslimgemeenschap en de overheid te willen lijmen.

Gedupeerden moeten zichzelf melden bij ministerie

Aleid Wolfsen noemt de onderzoekspraktijken van het ministerie een “zorgelijke ontwikkeling” en wil dat de minister gedupeerden alsnog op de hoogte brengt van de gebeurtenissen. De bestuursvoorzitter benadrukt dat de minister de verplichting heeft om burgers over wie onrechtmatig informatie is verzameld, persoonlijk en actief te informeren.

Een woordvoerder van het ministerie zegt daar geen gehoor aan te geven. Tegenover NRC vertelt hij dat burgers die vermoeden dat het departement stiekem onderzoek naar hen deed, zichzelf bij het ministerie moeten melden. Het zou namelijk moeilijk te achterhalen zijn wie de gedupeerden zijn, omdat het ministerie niet altijd over hun adressen beschikt. Bovendien wil het ministerie niet nog meer de rechten van gedupeerden schenden door hen op te sporen.

Wolfsen: ‘Schadevergoeding is een vanzelfsprekendheid’

De toezichthouder is het niet eens met deze uitleg van het ministerie. “Dat het te veel werk is, ontslaat hen niet van de verantwoordelijkheid om de wet toe te passen. Als je naar een moskee kunt om daar undercover onderzoek te doen, kan je ook naar diezelfde moskee gaan om het adres te achterhalen en je fout recht te zetten”, aldus een woordvoerder van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Wolfsen noemt het ‘de omgekeerde wereld’. “Door de last bij de burger te leggen, ontloopt het ministerie elke verantwoordelijkheid. Het informeren van burgers over schendingen van grondrechten behoort tot de basiskennis van het burgerrecht. Het ontbreekt het ministerie aan iedere vorm van verantwoordelijkheidszin.”

Uit vrijgegeven ambtelijke nota’s blijkt dat het ministerie bang is voor schadeclaims van getroffen burgers, schrijft NRC. Wolfsen vindt dat er geen discussie over een schadevergoeding zou moeten zijn en gedupeerden deze horen te krijgen. “Dat is een vanzelfsprekendheid”, aldus de bestuursvoorzitter.

Laat een reactie achter