De digitale infrastructuur van Nederland behoort tot de absolute top van de wereld. Tegelijkertijd is het een valkuil: op dit moment is er weinig prioriteit om investeringen te doen om de capaciteit van het energienet te vergroten en de fysieke ruimte uit te breiden om in de toekomst digitale diensten te kunnen blijven aanbieden aan bedrijven en consumenten. Het is aan een nieuw kabinet om op nationaal en Europees niveau nieuwe beleidsstappen te zetten om het niveau van onze digitale infrastructuur te behouden en versterken.
Dat schrijft demissionair minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaansens in het rapport ‘Staat van de Digitale Infrastructuur’, dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Connectiviteit is het sleutelwoord
Het is de eerste keer dat minister Adriaansens onafhankelijk onderzoek heeft laten uitvoeren naar de stand van zaken van de Nederlandse digitale infrastructuur. Dat is niet voor niets. “De digitale infrastructuur is de ruggengraat van die digitale wereld (…) De digitale infrastructuur maakt mogelijk dat data over de hele wereld elk van ons bereikt (…) Voor bedrijven maakt de digitale infrastructuur het mogelijk om hun producten en diensten op een ongekend efficiënte en effectieve manier aan hun klanten aan te bieden”, zo stelt de bewindsvrouw.
Smart devices krijgen een steeds grotere plek in de fysieke wereld, dat niet alleen onze levenskwaliteit verhoogt, maar ons leven tevens duurzamer maakt. Als voorbeeld noemt minister Adriaansens smart homes, smart cities, autonome voertuigen, e-health, precisielandbouw en ‘industry 4.0’. Het sleutelwoord in dit verband is connectiviteit.
“In een wereld waarin alles via netwerken verbonden wordt, speelt een betrouwbare, veilige, hoogwaardige digitale infrastructuur een onmisbare rol. Weinig landen hebben een digitale infrastructuur die zo geavanceerd, betrouwbaar en veilig is als de onze”, gaat de minister verder.
Digitale infrastructuur is onmisbaar voor Nederlandse economie
Onderzoeksbureau Ecorys heeft berekend dat de digitale infrastructuur -dan hebben we het over onder meer telecombedrijven, internetknooppunten, datacentra en cloudaanbieders– jaarlijks een bijdrage van 24,2 miljard euro levert aan de Nederlandse economie. Samen met toeleveranciers is de sector bovendien goed voor zo’n 200.000 banen. De bijdrage van de digitale infrastructuur aan de digitalisering van andere bedrijfstakken en organisaties is nog vele malen groter.
Ondanks haar forse economische bijdrage neemt de gehele digitale infrastructuur weinig fysieke ruimte in beslag: slechts 0,02 procent van het oppervlakte in Nederland. De ecologische voetafdruk is bovendien beperkt: ondanks dat de infrastructuur 24/7 in bedrijf is, verbruikt de sector maar 0,65 procent van de totale energievraag in ons land.
‘Duurzame digitale infrastructuur vereist voortdurende inspanning’
De betrouwbaarheid en de kwaliteit van de digitale infrastructuur in Nederland moeten we niet voor lief nemen. “Een innovatieve, hoogwaardige, betaalbare, weerbare, betrouwbare, veilige en duurzame digitale infrastructuur vereist echter voortdurende inspanning van de bedrijven in de sector en de overheid”, aldus minister Adriaansens.
De bewindsvrouw zegt dat er nu nog voldoende kwaliteit en capaciteit is in Nederland. “Het onderzoek laat echter ook zien dat we er weinig prioriteit aan willen geven, terwijl bedrijven en consumenten niet zonder kunnen. Tegelijkertijd zijn andere landen binnen en buiten Europa juist aan het versnellen met digitalisering. Daarom moeten we in Nederland meer gaan investeren in de digitale infrastructuur om te blijven verbeteren en verder te verduurzamen.”
Huidige staat digitale infrastructuur is ‘een stevig vertrekpunt’ voor nieuw beleid
Minister Adriaansens ziet het rapport ‘Staat van de Digitale Infrastructuur’ als een foto van de huidige situatie. Het volgende kabinet moet het rapport beschouwen als ‘een stevig vertrekpunt’ om op nationaal en Europees niveau onze digitale infrastructuur te behouden en versterken. De politica zegt dat er nog veel werk aan de winkel is.
“Belangrijke aandachtspunten voor de toekomst zijn onder andere: het in goede banen leiden van impactvolle technologische ontwikkelingen, het daarbij behouden van concurrentie, innovatie en een goed vestigingsklimaat, het verder versterken van de weerbaarheid en onze strategische open digitale autonomie, en er samen met andere overheden voor zorgen dat het belang van de digitale infrastructuur steeds voldoende wordt meegenomen als het gaat om lastige knelpunten rondom de lokale inpassing.”
