Cyberaanvallen worden steeds geavanceerder. De hackers en cybercriminelen die ze uitvoeren worden ook steeds harder. Waar ze vroeger wegbleven van ziekenhuizen en de vitale infrastructuur, zijn dergelijke instanties vandaag de dag steeds vaker het doelwit. “Die regels hebben ze steeds meer losgelaten.”
Dat zegt Dave Maasland, algemeen directeur van cybersecuritybureau ESET Nederland, in een interview met EenVandaag.
Hackers worden steeds gewetenlozer
Het aantal cyberaanvallen en de impact ervan nemen volgens de cybersecurityexpert steeds verder toe. Als voorbeeld noemt hij de oorlog tussen Israël en Hamas en tussen Rusland en Oekraïne: daar wordt de oorlog niet alleen op het front gevoerd, maar ook (steeds meer) in het digitale domein. En dat gaan wij ook merken. “Cyberaanvallen lijken steeds beter en geavanceerder. Die gaan ook impact hebben op andere delen van de wereld, niet alleen in de conflictgebieden”, zo vertelt Maasland.
Voor hem staat het als een paal boven water dat hackers en cybercriminelen steeds harder worden in hun optreden. “In het verleden hadden groepen die gijzelsoftware verspreidden regels. Zoals dat ze geen ziekenhuizen aanvielen en dat ze probeerden weg te blijven van vitale infrastructuur. Maar die regels hebben ze steeds meer losgelaten.”
Meer zorgen om beveiliging
Maasland merkt dat hackers steeds brutaler worden. Om buiten schot te blijven, melden ze bijvoorbeeld een datalek bij de toezichthouder. Organisaties waar ze in het verleden ver vandaan bleven, zoals kinderziekenhuizen, zijn tegenwoordig steeds vaker het doelwit. “Die wereld lijkt steeds meer losgeslagen”, aldus Maasland.
Ook zegt de beveiligingsspecialist dat hij steeds vaker verhalen hoort van mensen die zich zorgen maken om de beveiliging van grote aangelegenheden, zoals sportevenementen of verkiezingen. Door de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI), nepnieuws en desinformatie, zijn mensen bang dat de publieke opinie wordt beïnvloed, en daarmee de uitkomst van democratische verkiezingen wordt gemanipuleerd.
Maasland is blij met de komst van NIS2
Volgens Maasland is het zaak dat organisaties en landen zich beter gaan wapenen tegen de toenemende cyberaanvallen. Hij is dan ook blij dat dit jaar de nieuwe Europese beveiligingsrichtlijn NIS2 in werking treedt.
‘NIS’ staat voor Network and Information Security. NIS2 is de opvolger van de eerste NIS-richtlijn, die in 2016 in ons land vorm kreeg met de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen (Wbni). De nieuwe richtlijn focust zich op risico’s die netwerk- en informatiesystemen bedreigen, zoals cyberaanvallen, zeroday exploits en andere cyberrisico’s. De Europese Commissie streeft er met de NIS2-richtlijn naar om de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen gelijk te trekken in de Europese Unie.
De richtlijn bepaalt onder meer dat er een zorg- en meldplicht komt voor zowel private als publieke organisaties in sectoren als de zorg, energievoorziening, financiën, digitale infrastructuur en het openbaar bestuur. Verder zijn er afspraken gemaakt over uitwisseling van dreigingsinformatie tussen lidstaten en komt er een Europese database voor kwetsbaarheden. Tot slot moeten bedrijven en organisaties aan strengere verplichtingen voldoen op het gebied van cybersecurity.
‘NIS2 is een enorme golf die van boven naar beneden op ons afkomt’
De NIS2-richtlijn is volgens Maasland mogelijk de belangrijkste wetgeving op het gebied van cybersecurity. “Uiteindelijk krijgt iedereen met de wet te maken. Alles is aan elkaar verbonden. De NIS2 legt heel veel nadruk op het beveiligen van de keten, de leveranciers, dat soort dingen. En je zult zien dat grote organisaties die moeten voldoen aan deze wetgeving strengere eisen en regels zullen opleggen aan hun toeleveranciers. Dus dit is een enorme golf, die van boven naar beneden op ons afkomt.”
Het demissionaire kabinet start deze maand met een internetconsultatie over de omzetting van de NIS2-richtlijn in nationale wetgeving. De internetconsultatie zou eigenlijk al afgelopen zomer zijn gehouden. Vanwege de complexiteit en impact van de richtlijn, besloot het kabinet om meer tijd uit te trekken om het wetsvoorstel uit te werken. EU-lidstaten hebben tot eind 2024 om de NIS2-richtlijn te verwerken in nationale wetgeving.
