Politieagent met een laptop op zijn schoot
© LightField Studios/Shutterstock.com
Geen AI: dit artikel is geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Het kabinet zegt geen overzicht te kunnen geven van welke software de politie gebruikt om haar taken uit te voeren. Daarbij is voorzichtigheid geboden, omdat de politie zelf software ontwikkelt die niet verkrijgbaar is op de markt. Tevens is een deel van de applicaties ‘onder afscherming’ aangekocht.

Dat schrijven de ministers Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) en Dilan Yeşilgöz-Zegerius (Justitie en Veiligheid) aan de Tweede Kamer.

‘Politie ontwikkelt zelf software’

De vaste commissie voor Digitale Zaken legde een reeks vragen voor aan de bewindspersonen over de begroting van hun departementen. Een aantal daarvan ging specifiek over de politie en welke middelen zij inzet om handhavings- en opsporingstaken uit te voeren. Eén van de vragen was of de ministers een overzicht konden geven over de technologische tools en software die agenten gebruiken voor politiewerk.

De bewindslieden zeggen dat ze deze vraag niet kunnen beantwoorden. Ze wijzen erop dat “terughoudendheid over precieze informatie” noodzakelijk is. “Als vuistregel geldt dat de politie zelf software ontwikkelt die (nog) niet als een courant product vanuit de markt wordt aangeboden of wanneer met de levering van het systeem de leverancier ongewenst inzage in operationele politiedata kan krijgen”, schrijven de ministers aan de vaste commissie.

Ze stellen dat de politie samen met leveranciers software ontwikkeld wanneer agenten niet over de noodzakelijke know-how beschikken. “Vanuit de markt wordt aangekocht wanneer het product courant is en als de politie de toegang tot operationele politiedata afdoende kan afschermen voor de leverancier”, aldus de bewindspersonen.

Geen overzicht van profileringsalgoritmes

Verder lezen we in de brief van de ministers dat de politie nagenoeg alle software inkoopt bij software resellers. Een klein aantal applicaties is ‘onder afscherming’ gekocht. Dat houdt in dat er geen mededelingen gedaan mogen worden over de aard en afkomst van de softwareprogramma’s. “Mede met het oog op risico’s [van] cyberaanvallen gericht op de leverancier”, vullen de ministers aan.

De bewindslieden doen eveneens geen uitspraken over de vraag in welke landen de software wordt ingekocht. Ze zeggen wel dat de politie geen gebruik maakt van beslisalgoritmes “die zonder menselijke tussenkomst leiden tot het nemen van een besluit”. Maar of er en hoeveel profileringsalgoritmes er momenteel actief zijn, kunnen de ministers niets zeggen omdat dit nergens geregistreerd wordt.

WODC bezorgd over hacksoftware van politie

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) concludeerde in september dat de politie gebruikmaakt van hacksoftware die afkomstig is van commerciële partijen. Volgens de onderzoekers kleven daar de nodige risico’s aan. Ze zetten hun vraagtekens bij de betrouwbaarheid, herleidbaarheid en integriteit van de gegevens die de politie verzamelt als ze haar hackbevoegdheid inzet. Andere zorgpunten zijn dat de ontwikkelaar in theorie toegang heeft tot de informatie die de politie verzamelt, en dat de hacksoftware van commerciële partijen prijzig is.

Het WODC is niet de enige partij die zich zorgen maakt over de hackbevoegdheid van de politie. In mei van dit jaar publiceerde de Inspectie van JenV een jaarverslag over de mogelijke risico’s. De inspectie wees erop dat de software een ‘black box’ is, zowel voor de politie als inspecteurs. Zij weten niet hoe het programma werkt, waardoor het onmogelijk is om een oordeel te vellen of alles wel door de beugel kan.

De Inspectie van JenV wees er, net als het WODC, op dat de softwareontwikkelaar mogelijk toegang heeft tot de gegevens die de politie binnenhaalt. Daar zijn weliswaar afspraken over gemaakt, maar het is technisch onmogelijk om te controleren of deze afspraken worden nageleefd. “De Inspectie JenV constateert dat hierdoor spanning ontstaat met het rechtskader wat voorschrijft dat alleen specifiek aangewezen politiemensen bij die gegevens mogen komen”, aldus de inspectie.

Vaste commissie kritisch over OSINT

Op de vraag hoeveel middelen de politie steekt in het vergaren van informatie via sociale media en andere openbare bronnen -ook wel Open Source Intelligence of OSINT genoemd- schrijven de ministers enkel dat dit gebeurt binnen de wettelijke kaders. Daarbij worden er geen persoonsgegevens verwerkt, zo benadrukken de bewindspersonen.

In het onlangs verschenen rapport ‘Politiewerk op het web’ schreven de onderzoekers dat agenten behoefte hebben aan meer duidelijkheden over de bevoegdheden waarbinnen ze informatie mogen verzamelen en verwerken. Volgens de opstellers zijn de huidige wettelijke bevoegdheden waarbinnen de politie mag opereren verwarrend en vaag.

“Er wordt veel van ons gevraagd en daarbij hebben we een helder juridisch kader nodig. Feitelijk wegen we steeds opnieuw af of iets wel of niet mag en wat proportioneel is, net als in het dagelijkse politiewerk”, zo zei Reinder Doeleman, programmadirecteur Intelligence binnen de politie, in reactie op het rapport.

Laat een reactie achter

1
reacties
  1. M van K.

    Een klein aantal applicaties is ‘onder afscherming’ gekocht?
    Laat dat klein maar weg is eerder regelmaat dan uitzondering ook hier in België.
    Weet van goede Nederlandse klant dat ze heel veel problemen en frustratie hebben gehad/gevoeld met de handelwijze van de politie, betrof het product Longarm van een Engels bedrijf (Vesitgo en IIS), ook defensie was hierbij betrokken volgens mij.
    Dat product was ook onder afscherming aangekocht maar leek er meer op dat bepaalde personen binnen de politie er wel beter van werden, niet dat het hier in België veel beter geregeld is.

Laat een reactie achter