Vrouw houdt een vergrootglas vast boven een laptop
© New Africa/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

De politie en het Openbaar Ministerie gebruiken al jaren webcrawlers om geautomatiseerd bewijs te zoeken voor seksuele uitbuiting van meisjes en vrouwen. Voor deze vorm van bewijsvergaring is echter geen juridische grondslag. Dat betekent dat webcrawling niet rechtmatig gebeurt.

Dat meldt Het Parool maandag.

Dit is een webcrawler in een notendop

Een webcrawler is een computerprogramma dat op een geautomatiseerde manier informatie verzamelt van een webpagina. Google maakt er gebruik van om internetpagina’s te indexeren voor de zoekresultatenpagina (SERP). Andere commerciële partijen gebruiken deze techniek om bijvoorbeeld je website te analyseren, de prestaties van de concurrentie in kaart te brengen, of voor andere SEO-doeleinden.

Ook het opsporingsapparaat in Nederland gebruikt webcrawlers, in het bijzonder om foto’s van meisjes en vrouwen op advertentiewebsites op te sporen die mogelijk het slachtoffer zijn van seksuele exploitatie. Als de webcrawler een treffer of hit vindt, dan beoordelen rechercheurs of er sprake is van seksuele uitbuiting of niet. Verdachte advertenties worden opgeslagen in de politiesystemen.

Brede steun voor inzet webcrawler

Mogen de politie en het Openbaar Ministerie met behulp van een webcrawler bewijs verzamelen tegen een verdachte, zonder dat er sprake is van een concrete verdenking? De officier van justitie vindt dat de Politiewet hier voldoende ruimte voor biedt, omdat er sprake is van een geringe inbreuk op de grondrechten van een verdachte. In de nieuwste versie van de Politiewet komt bovendien te staan dat de politie persoonsgegevens uit openbare bronnen mag vastleggen als dat ‘niet meer dan een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer’ oplevert. De inzet van een webcrawler zou daarmee gerechtvaardigd zijn.

Het Openbaar Ministerie krijgt bijval van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Die schat dat er jaarlijks zo’n 6.000 prostituees het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting. De Tweede Kamer stemde in juni 2021 in met een motie waarin de regering werd gevraagd om ‘de brede invoering van de webcrawler om mensenhandel op te sporen, niet langer uit te stellen’. Hoewel de motie met een grote meerderheid werd aangenomen, is de wettelijke basis hiervoor nog altijd niet geregeld.

Gerechtshof geeft geen helderheid over rechtmatigheid webcrawler

Om een antwoord te krijgen op de vraag of de inzet van een webcrawler is toegestaan om bewijsmateriaal te verzamelen, startte het Openbaar Ministerie afgelopen jaar een proefzaak. Een man uit de gemeente Kampen werd ervan verdacht dat hij een zestienjarig meisje zou hebben aangezet tot prostitutie. Het bewijsmateriaal in deze zaak werd via een webcrawler verzameld.

Tijdens de rechtszaak gaf de rechtbank aan dat er geen wettelijke basis was om een oordeel te vellen over de rechtmatigheid van het verkregen bewijs via de webcrawler. De rechter maakte dan ook geen gebruik van het bewijsmateriaal dat via de webcrawler was vergaard.

Ook in hoger beroep geeft het gerechtshof geen eenduidig antwoord op de vraag of bewijsmateriaal dat via een webcrawler is verzameld is, rechtmatig is of niet. De rechter sprak zijn zorgen uit over de privacy van het slachtoffer. “Die kunnen inmiddels spijt hebben van hun werk in de prostitutie, de advertentie hebben laten weghalen, of niet willen dat de politie weet dat ze sekswerker zijn”, aldus de rechter.

Tevens zette hij vraagtekens bij het argument van het Openbaar Ministerie dat de Politiewet voldoende basis biedt om een webcrawler in te zetten om bewijs te verzamelen.

‘Niet gaan proberen en dan vragen of het mag’

Peter Plasman, de advocaat van de verdachte, heeft felle kritiek op het handelen van de opsporingsdiensten. “Als je zo’n opsporingsmiddel wilt, moet je daar een wettelijke basis voor regelen. Niet het gewoon maar gaan proberen en dan vragen of het mag”, zo zegt hij tegenover Het Parool.

Laat een reactie achter