Iedereen die in Europa woont, heeft het recht om te weten welke bedrijven over zijn gegevens beschikken. Alleen zo kan iemand zijn recht op inzage en recht op vergetelheid uitoefenen. De enige reden om hiervan af te wijken, is als zo’n informatieverzoek “ongegrond of buitensporig” is.
Dat heeft het Europees Hof van Justitie bepaald.
Postbedrijf weigert namen te geven van partners met wie ze gegevens deelt
Een man uit Oostenrijk vroeg Österreichische Post aan welke partijen het bedrijf zijn gegevens had verstrekt. Het postbedrijf zei enkel dat het gegevens van klanten deelde voor marketingdoeleinden. Daar nam de man geen genoegen mee en stapte naar de rechter.
Tijdens de rechtszaak zei het postbedrijf gegevens door te sturen naar onder meer IT-bedrijven, aanbieders van mailinglijsten, goede doelen, NGO’s en politieke partijen. De aanklager wilde de namen van de partijen weten, maar die wilde het bedrijf niet geven.
Het Oberste Gerichtshof, de hoogste federale rechter in civiele zaken in Oostenrijk, besloot om het Europees Hof van Justitie om een zogeheten prejudiciële beslissing. Het Hof geeft dan antwoord op juridische vragen die er bestaan over een kwestie. Deze week publiceerde het Hof haar arrest.
Aanklager beroept zich op recht op inzage
De man die de rechtszaak aanspande beriep zich op diverse artikelen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hij zei dat het postbedrijf onder meer artikel 15 overtrad. Dat artikel bepaalt dat Europeanen organisaties mogen benaderen met de vraag welke gegevens ze van hem hebben verwerkt. Dit wordt ook wel het recht op inzage genoemd.
“Moet artikel 15 lid 1 (c) AVG aldus worden uitgelegd dat het recht van inzage beperkt is tot categorieën van ontvangers indien bij de voorgenomen verstrekking van informatie de specifieke ontvangers daarvan nog niet vaststaan, maar dat recht zich noodzakelijkerwijs ook moet uitstrekken tot ontvangers van die informatie wanneer reeds gegevens zijn meegedeeld?”, zo luidde de vraag waar het Europees Hof van Justitie een antwoord op moest formuleren.
Hof: ‘Recht van inzage moet zo nauwkeurig mogelijk worden nageleefd’
Kort samengevat heeft het Hof bepaald dat een bedrijf of organisatie ook de namen van partijen moet verstrekken als daar om wordt gevraagd. Het is immers zaak dat het recht van inzage “zo nauwkeurig mogelijk” moet worden nageleefd.
“In het bijzonder houdt dit recht van inzage in dat de betrokkene van de verwerkingsverantwoordelijke informatie kan verkrijgen over de specifieke ontvangers aan wie de gegevens zijn of zullen worden verstrekt, dan wel ervoor kan kiezen om louter informatie betreffende de categorieën van ontvangers op te vragen”, aldus de rechter.
Uitzondering op de regel
Het Hof benadrukt dat de AVG een uitzondering formuleert op het inzagerecht. Wanneer een informatieverzoek “ongegrond of buitensporig” is, hoeft de gegevensverantwoordelijke de namen van de partijen met wie ze gegevens deelt niet te noemen. In dat geval mag een bedrijf volstaan met de uitleg ‘voor marketingdoeleinden’. Het is echter aan het bedrijf om aan te tonen dat het verzoek ongegrond of buitensporig is.
