De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema noemt Top400 “een sterk instrument”. Volgens haar is het programma niet stigmatiserend en de instroom proportioneel. “Het kan het verschil maken tussen een uitzichtloze toekomst in de criminaliteit en een positieve toekomst.”
Dat schrijft Halsema in een brief aan de gemeenteraad. Daarin reageert ze op de kritiek die de media hebben op het programma.
BoF: ‘Top400 heeft een grote impact op jongeren en hun families’
Top400 is een programma dat bedacht is door de gemeente Amsterdam om ervoor te zorgen dat jongeren niet afglijden in de criminaliteit. Het maakt gebruik van een algoritme genaamd ProKid+. Het is een tool dat probeert te voorspellen waar het volgende misdrijf gaat plaatsvinden en wie daar mogelijk bij betrokken zijn. Dit wordt ook wel predictive policing genoemd.
De afgelopen dagen is er veel commentaar geleverd over Top400. Bits of Freedom stelt dat het programma fundamentele grondrechten schendt en “merkwaardige criteria” hanteert om jongeren toe te voegen aan de lijst. Tot slot vindt de instantie dat vermelding op de lijst een grote impact heeft, zowel voor jongeren als hun families. De burgerrechtenorganisatie wil daarom dat Amsterdam stopt met het programma.
“De Top400 is het zoveelste voorbeeld waaruit blijkt dat de beslissingen, die vaak niet of slecht uitlegbaar zijn, een enorme impact hebben op mensen”, zo stelt Bits of Freedom. “Door het gebrek aan transparantie en controleerbaarheid is het voor betrokkenen heel moeilijk om op basis van argumenten tot een andere beslissing te komen, of om een juridische procedure te beginnen. Bovendien is uit vele onderzoeken gebleken dat gemarginaliseerde groepen veel vaker geraakt worden door dit soort algoritmen en dat het bestaande discriminatie versterkt.”
Top400 hanteert stevige criteria
Halsema wil echter niets weten van stoppen. Ze herkent zich niet in de kritiek dat Top400 met ‘merkwaardige criteria’ werkt. De Amsterdamse burgemeester houdt vol dat jongeren tussen de 12 en 23 jaar instromen op basis van vaste criteria. Zo moet er sprake zijn van minimaal twee aanhoudingen voor een zwaar misdrijf, zoals straatroof, inbraak in een woning, zware mishandeling, openlijke geweldpleging of moord.
Daarnaast moeten er drie of meer zorgsignalen zijn op meerdere leefgebieden, zoals schoolverzuim of het verhandelen van drugs. Verder wordt Top400 twee keer per jaar tegen het licht gehouden en kent het programma een wetenschappelijke onderbouwing waaruit blijkt dat de ‘gerichte ontmoedigingsstrategieën’ effectief zijn.
“Het overgrote deel van de Top400-jongeren is stevig in beeld bij de politie en andere organisaties”, zo schrijft ze aan de gemeenteraad. Uit onderzoek blijkt dat 88 procent van de jongeren op de lijst ten minste één keer veroordeeld was voor een strafbaar feit. Daarnaast is in het afgelopen jaar 70 procent aangehouden als verdachte voor een zwaar misdrijf. Het beeld dat jongeren op de lijst worden opgenomen omdat ze bijvoorbeeld een blikje frisdrank hebben gestolen, klopt volgens Halsema dan ook niet.
Halsema erkent tekortkomingen en belooft beterschap
Halsema erkent dat de gemeente beter moet luisteren naar de ervaringen en behoeften van minderjarigen en hun ouders. “Bij de inrichting van de Top400 ging de aandacht vooral uit naar de opbouw, de juridische basis en de professionalisering van de aanpak (…) De laatste jaren zijn we ons ook steeds meer bewust geworden van de impact van de aanpak op het leven van de jongeren en hun ouders. Met de kennis van nu is het goed voorstelbaar dat jongeren en hun ouders dit, met name in die eerste jaren, hebben gemist. Een van de aandachtspunten is op dit moment dan ook het structureel beter betrekken van ouders en het goed uitleggen hoe de aanpak werkt”, aldus Halsema. Ze belooft de aanpak op dit vlak te verbeteren.
De burgemeester van Amsterdam meent dat Top400 niet stigmatiserend is en de instroom van jongeren en jongvolwassenen proportioneel is. “Het is niet zo dat de nadruk in de aanpak ligt op repressie. De Top400-aanpak heeft als doelen recidivevermindering én perspectiefverbetering, en is gericht op ‘lik op stuk’ én op zorg, dus op repressie én preventie.”
Toekomstperspectief bieden voor jongeren
Halsema eindigt haar brief met de opmerking dat Top400 de afgelopen zeven jaar is uitgegroeid tot “een sterk instrument” om een vuist te vormen tegen jeugdcriminaliteit in de hoofdstad. Volgens haar maakt het programma het verschil tussen “een uitzichtloze toekomst in de criminaliteit en een positieve toekomst”.
“Als partners staan wij daarvoor. Het tegengaan van recidive en het verbeteren van het toekomstperspectief van de jongere zijn daarbij steeds ons doel. Dat we moeten werken op transparante wijze en met oog voor mensen onderschrijven wij ook. Wij werken eraan om onze aanpak op dat vlak verder te verbeteren”, aldus Halsema.
