Gemeenten gebruikten jarenlang verboden algoritme

Close-up van een man met bril met een reflectie van programmeercode in een van zijn brilglazen

Verschillende Nederlandse gemeenten vertrouwden jarenlang op een verboden overheidsalgoritme om bijstandsfraude te voorspellen. Het systeem, ook wel beter bekend als de fraudescorekaart, werd in 2020 afgeschaft. Vier gemeenten gingen tot afgelopen week hier ongemerkt mee door.

Dat schrijven onderzoeksjournalisten van Argos en Lighthouse Reports.

Zo werkte de fraudescorekaart

De fraudescorekaart is een algoritme dat in 2003 werd ontwikkeld onder leiding van toenmalig staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Mark Rutte. Het idee achter het algoritme was dat de bijstand een sociaal vangnet moest zijn voor burgers, niet een financiële regeling waar men jarenlang ‘comfortabel’ van kon leven. Werk kreeg een hogere prioriteit boven inkomen en gemeenten kregen de verantwoording voor het tegengaan van bijstandsfraude.

Simpel gezegd was de fraudescorekaart een Excel-bestand met allerlei variabelen. Afhankelijk van onder meer je woonplaats, adres, inkomen, opleidingsniveau, beroep en geslacht berekende het model hoe groot de kans was dat iemand een fraudeur was. Woonwagenbewoners kregen standaard 700 punten op de scorekaart, huizenbezitters nul punten. Hoogopgeleiden en inwoners van een betere wijk kregen ‘korting’ op hun score. Iemand die 950 punten bereikte, werd aangemerkt als potentiële fraudeur.

In totaal werkten 158 Nederlandse gemeenten met de fraudescorekaart.

Bijstandsfraudebestrijding op basis van risicoprofielen

In 2020 besloten de gemeenten om niet langer gebruik te maken met het systeem. Vier gemeenten – Nieuwegein, IJsselsteun, Houten en Lopik – besloten om met een variant van de fraudescorekaart door te gaan: de DPS-Matrix. Nadat Argos en Lighthouse Reports vragen stelden over de kwestie, besloten deze gemeenten alsnog met het overheidsalgoritme te stoppen. In een gezamenlijke verklaring zeggen de gemeenten dat de DPS-Matrix nooit heeft bepaald of iemand wel of geen uitkering kreeg.

“Het gebruik van de fraudescorekaart en de DPS-Matrix betekent dat tot en met 2022 bijstandsaanvragen werden gewogen op basis van risicoprofielen die twintig jaar geleden zijn opgesteld”, concludeert Argos. Gemeenten wisten al die tijd niet waarom inwoners als fraudeur werden gezien: ze hadden immers geen inzage in de onderliggende berekeningen die het fraudebestrijdingsmodel maakte.

Minister: ‘Model bevatte stigmatiserende indicatoren’

Onafhankelijk Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt, een van de Kamerleden die de toeslagenaffaire aan het licht bracht, reageert verbolgen op het verhaal. “Het erge is dat ik hier niet meer van schrik. We hebben de toeslagenaffaire gehad en nu hebben we nog een profileringssysteem. Nu niet bij de belastingdienst maar bij de bijstand.”

Carola Schouten, de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, stelt dat de fraudescorekaart de uitwerking was van een stimuleringsmaatregel. Tegelijkertijd erkent het ministerie dat het model “een aantal indicatoren bevatte die als stigmatiserend bestempeld kunnen worden”. Dat is volgens Schouten “onwenselijk”. Ze roept gemeenten op die een soortgelijk systeem gebruiken in de strijd tegen bijstandsfraude om hiermee te stoppen.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zegt dat het in 2020 al constateerde dat de fraudescorekaart niet voldeed aan de transparantiebeginselen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Naar eigen zeggen is er nog één gemeente die gebruikmaakt van de DPS-Matrix. Om welke gemeente het gaat wil de belangenvereniging niet kwijt.

Benieuwd hoe de fraudescorekaart in praktijk werkte? Op deze pagina vind je een tool om je eigen score mee te berekenen.

Techredacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen