Gemeente Rotterdam gaat te ver bij volgen geradicaliseerde inwoners

Erasmusbrug met de skyline van Rotterdam

Het beleid van de gemeente Rotterdam om geradicaliseerde inwoners in de gaten te houden, is te ver doorgeschoten. Ambtenaren verzamelen actief uit eigen beweging informatie over dergelijke sleutelfiguren. Dat is geen taak van de gemeente, maar van politie- en inlichtingendiensten.

Dat staat in het onderzoeksrapport Rotterdamse aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie. De onderzoekscommissie bestaat uit onafhankelijke experts op het gebied van privacy. Sybrand van Hulst, het voormalige hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), is de voorzitter van de onderzoekscommissie.

Overstijgen van eigen invloedssfeer

Het college van B&W heeft het team Risicogroepen ingesteld dat “met een sterk engagement, een leergierige, open houding en een groot netwerk” onderzoek doet naar radicalisering in de gemeente Rotterdam. De werkwijze daarvan is vastgelegd in de beleidsnotitie ‘Aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie 2018-2022’.

De onderzoekscommissie vindt het lovenswaardig dat het team het maatschappelijke thema van radicalisering en polarisatie oppakt. De missie is in de ogen van de commissie wel erg ruim geformuleerd in de veiligheidsnota. “Het team heeft als opdracht (potentieel) gewelddadig gedrag dat ideologisch gedreven is, tegen te gaan om zo ontwrichting van de samenleving, bedreiging van de democratische rechtsorde, alsmede polarisatie tegen te gaan.”

Hiermee krijgt het team een verantwoordelijkheid die de eigen invloedssfeer overstijgt, waarschuwt de commissie.

Vraagtekens bij rechtmatigheid informatie-inwinning

Het uitvoeren van de veiligheidsagenda kan ongewenste effecten met zich meebrengen. Burgers verliezen mogelijk het vertrouwen in de overheid, omdat zij als veiligheidsrisico worden gezien. Tevens riskeert de gemeente dat ze op onrechtmatige wijze te werk gaat. “In de zoektocht naar informatie loopt de gemeente zelf het risico om wettelijke grenzen te overschrijden”, aldus de commissie. Ze constateert dat het Risicoteam “onvoldoende bekend is met, en zich onvoldoende bewust is van het belang van de rechtmatigheidsvragen die bij de interventies een rol spelen”.

Tevens zet de onderzoekscommissie vraagtekens bij de rechtmatigheid van de informatie-inwinning door de gemeente. Geradicaliseerde inwoners krijgen bijvoorbeeld hulp aangeboden, maar de gemeente zegt in het gesprek niet dat zij in de gaten gehouden worden wegens radicalisering. Gesprekken over hulpverlening worden “als voorwendsel” gebruikt om “bij iemand binnen te komen teneinde informatie voor veiligheidsdoeleinden te vergaren”. De rechtmatigheid is daarbij volgens de commissie “ernstig in het geding”.

Daar bovenop is het inwinnen van dergelijke informatie niet geen taak voor de gemeente, maar voor de politie en inlichtingendiensten.

Gemeente laat kansen liggen

Verder maakt de commissie zich zorgen over de veiligheid van ambtenaren. Doordat zij zelf met geradicaliseerde personen spreken, stellen zij zich bloot aan risicovolle situaties. “Vanwege het ontbreken van training en de beperkte bevoegdheden om dreigingen te duiden, beschikken deze ambtenaren niet over de benodigde informatie om te kunnen inschatten of personen een fysieke dreiging kunnen vormen.”

Tot slot constateert de onderzoekscommissie “een steeds verder gaande verschuiving” vanuit het team naar gericht informatie opvragen. “Deze drang naar informatie-inwinning is echter niet louter aangedreven door het team, maar wordt ook ingegeven door het politiek-bestuurlijke niveau van de gemeente”, schrijft de commissie. Hierdoor krijgen burgers mogelijk minder vertrouwen in sleutelpersonen binnen hun gemeenschap. “En daarmee laat de gemeente kansen liggen om via het netwerk het sociale kapitaal binnen Rotterdamse gemeenschappen te benutten voor de uitdagingen waar de stad zich voor gesteld ziet.”

Aanbevelingen van de onderzoekscommissie

De aanpak van radicalisering en polarisatie door de gemeente Rotterdam is door deze werkwijze doorgeschoten. De onderzoekscommissie spreekt in zijn rapport zelfs over mission creep: een sluipende uitbreiding van taken en rollen voor ambtenaren om te voldoen aan de ambities van de gemeente.

Om de gemeente Rotterdam op weg te helpen, heeft de onderzoekscommissie een aantal aanbevelingen geformuleerd. Om iets aan de lacune over rechtmatigheidsvragen te doen, is een rechtmatigheidstoets essentieel. Een externe partij moet medewerkers van het team Risicogroepen meer kennis bijbrengen over de juridische kaders waarbinnen zij mogen handelen.

In plaats van sleutelpersonen actief te ondervragen over tekenen van radicalisering in de samenleving, moet de gemeente de focus leggen op wat deze personen uit eigen beweging te melden hebben over wat er in de gemeenschap speelt. De rol van de gemeente in het casusoverleg wordt momenteel “ten onrechte” extensief uitgelegd. Zo voeren ambtenaren zelf onderzoek uit naar geradicaliseerde personen. De commissie vindt dat medewerkers dat beter niet kunnen dien. De rol van de gemeente in het casusoverleg dient zich te beperken tot het voeren van de regie.

Tot slot adviseert de onderzoekscommissie om ambtenaren meer tijd en ondersteuning te gunnen om de effectiviteit van de Rotterdamse aanpak in kaart te brengen.

Gemeente gaat door met actief informatie verzamelen

Burgemeester Ahmed Aboutaleb heeft in een brief aan de gemeenteraad laten weten dat hij de uitkomsten van het onderzoek omarmt, zo schrijft NRC. Hij laat duidelijk weten dat hij doorgaat met het verzamelen van informatie over geradicaliseerde inwoners. Dat is in zijn ogen belangrijk, omdat de gemeente zich zo een beeld kan vormen van inwoners waar zorgen over radicalisering zijn. Hij belooft hiervoor om “heldere kaders” op te stellen. Deze moeten voor de zomer klaar zijn.

Techredacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. Meer over Anton.
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen