De Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) kreeg in 2021 in totaal 1.529 meldingen van gegevenslekken. Dat zijn er bijna een kwart meer ten opzichte van het jaar ervoor. De versnelde digitalisering van de maatschappij en de coronapandemie worden als belangrijkste oorzaak voor de toename genoemd.
Dat zegt Aurélie Waeterlinckx, woordvoerster van de Belgische toezichthouder, tegenover Het Laatste Nieuws.
Hackers en menselijke fouten
Waeterlinckx zegt dat er in de afgelopen twaalf maanden 1.529 datalekmeldingen binnenkwamen bij de GBA. In 2020 waren het er nog 1.232. Dat komt neer op een toename van 24,1 procent in één jaar tijd.
De woordvoerster benadrukt dat het niet alleen hackers en cybercriminelen zijn die persoonsgegevens stelen. Een deel van de datalekken wordt veroorzaakt door menselijke fouten. “Zo’n gegevenslek gaat bijvoorbeeld over een bedrijf dat slachtoffer is van hackers die schadelijke software installeren, waardoor hun gegevens worden gegijzeld. Of een organisatie die per ongeluk gegevens doorstuurt naar de verkeerde persoon. Het komt ook voor dat een werknemer een laptop verliest waarop bestanden met persoonsgegevens staan”, zo vertelt ze tegenover het Belgische medium Het Laatste Nieuws.
Net als in Nederland zijn bedrijven en organisaties in België verplicht om een datalek binnen 72 uur bij de GBA te melden. Dat is vastgelegd in artikel 33 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hoe eerder een datalek wordt gemeld, des te sneller slachtoffers maatregelen kunnen nemen en eventuele schade te beperken.
Digitalisering en coronapandemie
Waeterlinckx heeft wel een verklaring waarom het aantal datalekmeldingen het afgelopen jaar zo hard steeg. Dat heeft volgens de woordvoerster te maken met de versnelling van de digitalisering van de Belgische maatschappij, en de coronapandemie.
“Die digitalisering leidt tot meer risico’s ten aanzien van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer”, vertelt ze. “Mensen werken vaker van thuis uit, waardoor een veilige verbinding met het bedrijfsnetwerk noodzakelijk is. De versnelde digitalisering zorgt ook voor meer digitale misdrijven, zoals phishing, ransomware en hacking.”
Ook in Nederland stijgt het aantal datalekmeldingen
Ook in Nederland steeg het aantal datalekmeldingen. De Autoriteit Persoonsgegevens ontving vorig jaar 24.866 meldingen, een stijging van 3,7 procent. Het aantal meldingen van datalekken door hacking, malware, phishing of andere vormen van cyberaanvallen, steeg in 2021 met maar liefst 88 procent ten opzichte van 2020. Het aantal cyberaanvallen kwam afgelopen jaar uit op 9 procent, het jaar ervoor was dit slechts 5 procent van het totaal aantal datalekmeldingen.
Volgens AP-bestuursvoorzitter Aleid Wolfsen waren in 2021 in totaal 7 miljoen Nederlanders het slachtoffer van een datalek. Gedupeerden moeten dit niet licht opvatten. “Dit soort gegevens kunnen criminelen ook misbruiken om heel gericht nieuwe spam- en phishingaanvallen uit te voeren. Waarna zij makkelijk spullen op iemands naam en rekening kunnen bestellen of spaarrekeningen kunnen leeghalen”, aldus Wolfsen.
Het aantal privacyklachten daalde van 25.590 naar 18.914. Deze daling is waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat de toezichthouder een half jaar en langer nodig heeft om een klacht in behandeling te nemen. Dat schrikt Nederlanders wellicht af om een privacyinbreuk te melden.
Miljoenenboete voor Belastingdienst, bestemming boetebedrag nog onbekend
De Autoriteit Persoonsgegevens legde vorig jaar 11 keer een boete op voor het overtreden van de AVG. De hoogste boete was voor de Belastingdienst. Voor het onrechtmatig verwerken van nationaliteitsgegevens van mensen die kinderopvangtoeslag aanvroegen kreeg de fiscus een boete van 3,7 miljoen euro opgelegd.
Het geld gaat ten koste van het budget van de Belastingdienst. Staatssecretaris Marnix van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) legde onlangs uit aan de Tweede Kamer uit dat het geld via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) op de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid terecht komt. Wat het kabinet met het geld gaat doen, is nog onbekend. De Tweede en Eerste Kamer mogen daarover meepraten, zo stelde Van Rij.
