Verdrietig kind zit opgekruld in de hoek van een kamer

Eerste namen ‘lakse’ hostingbedrijven bekendgemaakt

Laatst bijgewerkt: 12 oktober 2020
Leestijd: 5 minuten, 34 seconden

Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft vorige week vrijdag de eerste namen van hostingbedrijven openbaar gemaakt die kinderporno hosten op hun servers. De minister wil op deze manier de webhosters een spiegel voorhouden, in de hoop dat ze meldingen van kinderporno serieuzer nemen. Verder is er een start gemaakt om bestuursrechtelijke handhaving mogelijk te maken voor internetbedrijven die teveel tijd nemen om hun servers op te schonen, en wordt er volop ingezet op Europese en internationale samenwerking in de strijd tegen online seksueel kindermisbruik.

Dat schrijft minister Grapperhaus in een brief aan de Tweede Kamer. Het ‘CSAM Hosting Monitor – rapport september 2020’, opgesteld door de TU Delft, is als bijlage toegevoegd door de minister.

Grapperhaus gaat de strijd aan met ‘foute en lakse’ hostingebdrijven

Minister Grapperhaus heeft de oorlog verklaard aan hostingbedrijven die weigeren het internet ‘schoon’ te houden. Daarmee doelt hij op internetbedrijven die Child Sexual Abuse Material (CSAM) op hun servers hosten en niet snel genoeg offline halen nadat ze een melding daarvan ontvangen.

In juni zei de minister in een toespraak aan het Europees Parlement dat hij er alles op alles zet om de publicatie en verspreiding van seksueel kindermisbruik en kinderporno aan te pakken. De politie ontwikkelde samen met het Expertisecentrum Online Kindermisbruik (EOKM) de HashCeckService, waarmee het mogelijk is om beeldmateriaal van kindermisbruik en -porno te detecteren. De TU Delft monitort met deze tool kinderpornografisch materiaal op internet.

Tevens heeft de minister afspraken gemaakt met internetbedrijven om meldingen binnen 24 uur offline te halen. Bedrijven die hier geen gehoor aan geven riskeren dat ze op een zwarte lijst terecht komen en een forse boete. In juli gaf hij hostingbedrijven een allerlaatste kans om ‘hun maatschappelijke verantwoordelijkheid’ te nemen. Zo niet, dan zou de minister hun namen met de wereld bekendmaken. Met deze ‘naming and shaming’ strategie hoopt Grapperhaus dat webhosters kinderporno nog sneller offline halen.

Meeste meldingen worden snel afgehandeld

Inmiddels is het oktober. Via een brief brengt minister Grapperhaus de Tweede Kamer op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in dit dossier. Daarin schrijft de bewindsman dat ons land een belangrijke spil is de hosting van kinderporno of CSAM. Dat schrijft hij toe aan de ‘hoogwaardige infrastructuur en stabiele elektriciteitsvoorziening’ en het feit dat in ons land de trans-Atlantische internetkabels binnenkomen. Dat is gunstig voor bedrijven die zich specialiseren in dataopslag en hosting, maar kent ook een duistere kant, zoals het opslaan en verspreiden van kinderporno.

“Mede vanwege de Nederlandse positie in de internetindustrie, hebben we een bijzondere verantwoordelijkheid om online seksueel kindermisbruik aan te pakken”, aldus minister Grapperhaus. Nederland kent vele hostingproviders. Zij zijn weliswaar niet de veroorzaker van het probleem, maar zijn wel een belangrijk onderdeel van de oplossing. Zij kunnen dit materiaal offline halen of tegenhouden.

Uit onderzoek van de TU Delft blijkt dat de meeste hostingbedrijven dat netjes doen. Uit een streekproef blijkt dat 84 procent van alle CSAM-meldingen binnen 24 uur wordt verwijderd. Bij 12 procent van de meldingen neemt dit 24 tot 48 uur in beslag. De onderzoekers van de TU Delft hebben bij twee hostingbedrijven ‘grote twijfel’ of ze daadwerkelijk meedoen aan de gezamenlijke aanpak van online kindermisbruik. Het gaat om NForce en IP Volume.

NForce en IP Volume maken er een potje van

NForce ontving tussen januari en augustus 2020 maar liefst 179.610 meldingen van Meldpunt Kinderporno (onderdeel van EOKM) van kinderporno. Daarmee speelt deze hoster volgens minister Grapperhaus “een enorme rol in de verspreiding van kinderpornografisch materiaal”. Van alle meldingen over online kindermisbruik heeft 93,57 procent betrekking op dit bedrijf. “Hoewel het bedrijf een flink percentage van haar meldingen binnen 24 uur wegwerkt, blijven er toch te hoge aantallen openstaan”, aldus de minister.

In het rapport van de TU Delft wordt IP Volume genoemd als “een van de grotere hosters van kinderpornografisch beeldmateriaal”, met een aandeel van 19,15 procent in de laatste maanden van 2019 en 2,36 procent in 2020. Dat klinkt als een fantastische prestatie, maar dat komt doordat het bedrijf meldingen van Meldpunt Kinderporno niet serieus genoeg neemt.

“De TU Delft kon echter meldingen aan dit bedrijf niet meenemen in de steekproef om de verwijderingssnelheid te meten, waardoor IP Volume sterk is ondervertegenwoordigd in de uitkomsten van die meting. Uit navraag bij het Meldpunt Kinderporno blijkt dat dit komt doordat de meldingen over kinderpornografisch beeldmateriaal bij IP Volume door het Meldpunt naar de politie moesten worden doorgezet, omdat het Meldpunt constateerde dat hun meldingen niet serieus door IP Volume werden opgepakt.”  

Volgens de minister gaat het de goede kant op

Minister Grapperhaus noemt in zijn brief ook een aantal positieve ontwikkelingen. Een aantal hostingbedrijven heeft afscheid genomen van klanten, waardoor er minder foto’s en video’s van kindermisbruik online verschenen. Ook steeg het aantal domeinen dat werd aangesloten op de HashCheckService. Eén hostingbedrijf verplichtte zijn klanten om dit te doen.

Door deze gebeurtenissen heeft de HashCheckService tool tot op heden 18,2 miljard afbeeldingen gescand, wat resulteerde in 7,4 miljoen hits. “Deze aantallen dragen fors bij aan het tegengaan van herhaald slachtofferschap”, zo schrijft de minister. Tot slot daalde het aantal meldingen van 40.000 in mei tot 5.000 in augustus.

Minister zet in op bestuursrechtelijke handhaving

Deze resultaten laten volgens minister Grapperhaus zien dat de maatregelen zoden aan de dijk zetten. Het is een goed begin, maar we zijn er nog lang niet. “Het lukt veel bedrijven om een groot deel van de meldingen binnen 24 uur weg te werken, maar er blijven numeriek onacceptabel veel meldingen openstaan. Alsof een kraan wordt dichtgedraaid en toch blijft lekken”, zo schrijft de minister aan de Tweede Kamer.

De HashCheckService monitor is een belangrijk instrument tegen de verspreiding van CSAM. Daarnaast wil de minister een ‘bestuursrechtelijke autoriteit’ opbouwen. Dit is een toezichthouder “die met een bestuursrechtelijk handhavingsinstrumentarium internetbedrijven dwingt om ook de laatste openstaande meldingen weg te werken”. Om dit mogelijk te maken werkt de minister van Justitie en Veiligheid aan nieuwe wetgeving. Hij zegt te onderzoeken of deze instantie een wettelijke bevoegdheid kan krijgen om te crawlen naar kinderporno. “Met een dergelijke bevoegdheid wordt Nederland minder afhankelijk van meldingen uit het buitenland over kinderpornografisch materiaal op servers in Nederland”, aldus minister Grapperhaus.

‘Terugdringen van kinderporno is een internationale strijd’

“Mijn beleid is gericht op een schoon internet zonder kinderpornografisch beeldmateriaal, niet op een grijstint daarbij in de buurt”, zo schrijft de bewindsman in zijn brief. Naast publiek-private samenwerking (PPS) is tevens Europese en internationale samenwerking van groot belang. “Met name het belang van het verbeteren van de mogelijkheden voor digitale opsporing, het spoedig verwijderen van beeldmateriaal en het intensiveren van preventie inspanningen wordt breed gedeeld onder de EU-lidstaten (…) Omdat de strijd tegen online seksueel kindermisbruik een internationale maatschappelijke opgave is, waarbij samenwerking tussen landen noodzakelijk is, is steun voor en samenwerking met de Europese Commissie van groot belang”, zo eindigt de minister zijn brief.

Privacy en security redacteur
Techliefhebber pur sang: Anton is gek op alles wat met technologie en internet te maken heeft. Cybersecurity, privacy en internetcensuur hebben dan ook zijn volle aandacht. 

Meer artikelen uit het ‘Nieuws’ dossier

Reacties
Plaats een reactie
Een reactie plaatsen