De Vrije Universiteit zegt dat er geen bewijs is gevonden dat de antispieksoftware van Proctorio studenten discrimineert. Het is de taak en verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen om adequaat op te treden bij eventuele klachten over discriminatie. Het kabinet gaat geen regels opstellen over de inkoop en het gebruik van proctoringprogramma’s.
Dat schrijft minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Robbert Dijkgraaf in antwoord op schriftelijke vragen van Jeanet van der Laan (D66).
Studente: ‘Software herkende me niet als mens’
Het Tweede Kamerlid stelde in juli vragen aan de onderwijsminister naar aanleiding van een klacht van een Nederlandse studente over discriminatie door de software van Proctorio. In een interview met de Volkskrant beschreef de studente hoe ze thuis tentamens moest maken met het antispiekprogramma van Proctorio.
Bij de start van ieder tentamen moest de software haar gezicht herkennen, maar dat lukte niet. Alleen als ze op klaarlichte dag met een lamp in haar gezicht scheen, herkende het programma haar gezicht. “De software herkende me niet als mens”, vertelde de studente aan het dagblad.
Ze diende een klacht bij de Vrije Universiteit en vroeg de onderwijsinstelling om te stoppen met Proctorio. Daarnaast eiste ze dat de universiteit maatregelen nam om herhaling in de toekomst te voorkomen. Tot slot wilde ze dat de Vrije Universiteit publieke excuses aanbood aan studenten die last hebben gehad van het gebruik van deze software.
De studente vond dat de onderwijsinstelling haar klacht niet serieus nam en onvoldoende verantwoordelijkheid nam. Daarop diende ze een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens voor de inzet van racistische software.
‘Geen bewijs voor discriminatie’
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Robbert Dijkgraaf heeft de vragen van Jeanet van der Laan beantwoord. Hij zegt dat het van groot belang is dat studenten kunnen studeren en werken in een “veilige, toegankelijke en inclusieve omgeving, vrij van discriminatie en racisme”. Onderwijsinstellingen hebben de taak en verantwoordelijkheid om daarvoor te zorgen. Bij eventuele overtredingen dienen ze adequaat op te treden.
De Vrije Universiteit heeft de minister verzekerd dat ze de klacht van de studente “met grote zorgvuldigheid” heeft onderzocht. De universiteit heeft tevens contact gehad met de studente en haar laten weten de situatie te betreuren. Volgens de onderwijsinstelling is er echter geen bewijs dat de software van Proctorio discrimineert. Die conclusie is gebaseerd op vertrouwelijk onderzoek dat is uitgevoerd door het bedrijf dat de surveillancesoftware ontwikkelt.
Onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk voor aanschaf en gebruik proctoringsoftware
Minister Dijkgraaf lijkt niet bereid om in gesprek te gaan met koepelorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL) en de Vrije Universiteit over het gebruik van Proctorio en de klachtafhandeling van de studente. “Onderwijsinstellingen hebben zelf de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een veilige en inclusieve (online) omgeving. Daarom vind ik het van groot belang dat onderwijsinstellingen kritisch blijven kijken naar welke software wordt gebruikt en daarbij scherp in de gaten houden dat de gebruikte software niet discrimineert. Meldingen van discriminatie moeten adequaat en zorgvuldig worden behandeld door iedere instelling in het (hoger) onderwijs”, zo schrijft de bewindsman aan de Tweede Kamer.
Dijkgraaf geeft aan dat hij geen rol voor de overheid ziet weggelegd om onderwijsinstellingen te adviseren over de inkoop of gebruik van antispieksoftware. “Onderwijsinstellingen gaan zelf over de inkoop en het gebruik van software en technologie en dragen daarin dus zelf verantwoordelijkheid. Ik roep onderwijsinstellingen daarom op om kritisch te kijken naar de door hen gebruikte software.”
Tot slot roept hij hogescholen en universiteiten op om bij de inkoop van surveillancesoftware voldoende rekening te houden met waarden als veiligheid, toegankelijkheid en inclusie. “Onderwijsinstellingen hoeven dit niet alleen te doen, maar kunnen dit gezamenlijk doen via het dynamische aankoopsysteem (DAS) van SURF”, eindigt de minister zijn brief.
