De Autoriteit Persoonsgegevens ziet niets in het wetsvoorstel waarmee het kabinet het uitlenen van personeel in de marktsector wil reguleren. Daarin staat dat uitzend- en detacheringsbureaus enkel tijdelijk personeel mogen aanbieden of ‘uitlenen’ als ze over een certificaat beschikken. Het keurmerksysteem beschermt de persoonsgegevens van de betrokken partijen onvoldoende.
Dat laat de toezichthouder weten in een persbericht.
Kabinet streeft naar certificeringsstelsel
Het gaat om de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Het doel van het kabinet is om arbeidskrachten te beschermen tegen de uitwassen in de uitzendsector, een gelijk speelveld te creëren en malafide partijen van de markt te weren. Daarvoor heeft de overheid een certificeringsstelsel bedacht.
Om een certificaat te ontvangen, moeten uitzend- en detacheringsbureaus voldoen aan een normenkader. De Arbeidsinspectie controleert of de uitzendbranche deze regels naleeft en houdt een openbaar register bij van certificaathouders. Inleners -partijen die tijdelijke werkkrachten willen inhuren- kunnen zo zien of een uitlener -een uitzend- of detacheringsbureau- in het bezit is van een certificaat.
AP heeft moeite met ‘gebrek aan begrenzing en transparantie’
In het certificeringsstelsel worden persoonsgegevens van allerlei partijen verwerkt en gedeeld, waaronder tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Arbeidsinspectie en uitleners. Het is echter onduidelijk of ook inleners persoonsgegevens moeten verstrekken, en zo ja welke. Zo is bijvoorbeeld niet helder of zij ook gegevens moeten verstrekken van individuele arbeidskrachten, oftewel van de mensen die concreet bij hen aan de slag zijn gegaan via een uitzend- of detacheringsbureau.
De rol van persoonsgegevens in het certificeringsstelsel is zeer onduidelijk, zo concludeert de Autoriteit Persoonsgegevens. “. De (voorganger van de) AP heeft hierover herhaaldelijk opgemerkt dat niet helder is door wie en aan wie, welke gegevens, waarom, mogen worden verstrekt”, zo schrijft de toezichthouder in haar adviesrapport (pdf). De Raad van State kwam eerder al tot dezelfde conclusie.
Het wetsvoorstel noemt de uitwisseling van persoonsgegevens noodzakelijk, maar legt nauwelijks uit om welke persoonsgegevens het gaat, wie aan wie deze gegevens moet gaan verstrekken, of waarom dat moet. “Door dit gebrek aan begrenzing, transparantie en motivatie staat voor de AP niet vast dat gegevensverwerking überhaupt noodzakelijk is voor het certificeringsstelsel”, schrijft de toezichthouder.
‘Grenzen stellen aan het gebruik van persoonsgegevens’
Een nog op te richten instantie moet de certificaten gaan verstrekken. Deze instantie wijst vervolgens inspectiediensten aan die gaan toezien op de naleving van de regels. Al deze nieuwe instellingen gaan persoonsgegevens verwerken, al is nog onduidelijk om welke gegevens het precies gaat.
“Je kunt als wetgever wel zeggen: ‘Er zijn persoonsgegevens nodig’, maar je moet toch heel precies uitleggen welke gegevens waarvoor noodzakelijk zijn. Je hebt recht op uitleg over wat de overheid met jouw persoonlijke gegevens doet. Dat recht geldt net zo goed voor partijen op de arbeidsmarkt”, zo zegt AP-bestuurslid Katja Mur.
Ze begrijpt niet waarom het kabinet geen duidelijkheid schept over het verwerken en delen van persoonsgegevens. “Het wordt tijd om in wetgeving over de arbeidsmarkt eindelijk eens grenzen te markeren voor het gebruik van persoonsgegevens”, aldus Mur.
