Zonnebril liggend op een laptop in een verduisterde kamer
© slexp880/Shutterstock.com
Geen AI: al onze artikelen zijn geschreven door echte mensen, zonder gebruik van AI
Inhoudsopgave

Als de Tijdelijke wet definitief in werking treedt, is dat goed nieuws voor ons allen. Nu is het zo dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voortdurend om toestemming moeten vragen als ze bedrijven en organisaties willen helpen die worden aangevallen. Straks kijkt er een iemand ‘live’ mee tijdens de werkzaamheden. Dat leidt tot beter en effectiever toezicht.

Dat vertelt Erik Akerboom, directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), in een interview met BNR.

De Tijdelijke wet in een notendop

“Door technologische ontwikkelingen is spionage door statelijke actoren sterk toegenomen en vormt daarmee een grotere bedreiging voor Nederlandse belangen.” Dat schreef het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in de begrotingsstukken die op Prinsjesdag werden gepresenteerd. De AIVD en de militaire tegenhanger MIVD waarschuwen al jaren voor de gevaren van politieke en economische spionage, en de beperkte slagkracht van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Om daar iets aan te doen, bedacht het kabinet de ‘Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma’, of kortweg de Tijdelijke wet. Deze wet geeft veiligheidsdiensten meer vrijheid om hun bevoegdheden in te zetten, zoals de onderzoeksopdrachtgerichte interceptie (OOG-I) en hackbevoegdheid. Zo wil de overheid een vuist vormen tegen landen die een offensieve cyberpolitiek voeren tegen ons land, zoals China en Rusland.

Nu moeten de diensten vooraf om toestemming vragen voordat ze hun bevoegdheden mogen inzetten. Achteraf vindt er nogmaals een controle plaats om te kijken of de inzet rechtmatig was. De Tijdelijke wet zegt dat het niet langer nodig is om vooraf om toestemming te vragen. Een ‘vrijblijvende indicatie’ is dan al voldoende om bijvoorbeeld de internetkabel een jaar lang te mogen aftappen.

Tijdelijke wet zorgt voor ‘effectiever en beter toezicht’

Volgens AIVD-topman Erik Akerboom is dat een positieve ontwikkeling. “Als wij constateren dat een bedrijf, persoon of zelfs overheid wordt aangevallen, moeten we voor iedere stap die we zetten opnieuw toestemming vragen. Intern, aan de minister, en aan de toezichthouder. En zo zit de cyberwereld niet meer in elkaar. Het gaat tegenwoordig om minuten, uren of dagen, en dan kun je niet wachten op identificatie”, zo zegt hij tegenover BNR.

Hij is dan ook niet bang dat de Tijdelijke wet afbreuk doet aan het regulerend effect van toezicht vooraf. “Het toezicht vooraf verdwijnt niet, maar een gedeelte van het toezicht vooraf verschuift naar tijdens. Dus we hebben een toezichthouder die realtime met onze bewegingen meekijkt, en die kan zeggen dat er per direct gestopt moet worden. Wij denken dat dat heel erg past bij de problematiek waarmee we worden geconfronteerd: snelheid, effectiviteit en het snel schakelen.”

In het vraaggesprek met BNR benadrukt Akerboom dat dit een goede ontwikkeling is voor de veiligheidsdiensten. “Het is een heel erg belangrijke verandering, omdat we nu iemand krijgen die bij wijze van spreken over onze schouders meekijkt. Deze verandering leidt wat ons betreft niet tot minder toezicht, maar juist tot effectiever en beter toezicht.”

Oud-TIB-medewerker vreest voor ‘verschraling’ toezicht

De verschuiving van toezicht vooraf naar controle achteraf was voor Bert Hubert aanleiding om zijn ontslag in te dienen bij de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Hij vreest dat het toezicht volledig verschraalt als de nieuwe wetgeving in werking treedt, wat een negatieve impact heeft op de privacy van Nederlanders. Ook voorspelt hij dat de AIVD te kampen krijgt met uitvoeringsproblemen, omdat toetsing achteraf meer werk met zich meebrengt. Tot slot meent Hubert dat toetsing achteraf niet efficiënt is. Zo schreef hij in september het volgende:

“Vergelijk het met een bouwvergunning. Je vraagt aan de gemeente of je een halve meter beton mag storten. De gemeente zegt dan: dat is prima zolang het beton niet dikker wordt dan dat. Toezicht achteraf is veel meer werk. Straks loopt de toezichthouder op de bouwplaats rond en moet het zelf vragen gaan stellen of onderzoek doen: hoe dik is het beton? Waarom is het eigenlijk zo dik? Als de vergunning ondeugdelijk is, omdat er informatie ontbreekt, kan de gemeente ook aan de burger vragen om zijn verzoek opnieuw te doen. Bij de diensten kan dat straks niet meer. Ingrijpen kan pas als het beton er al ligt.”

De Raad van State gaf afgelopen juni een positief oordeel over de Tijdelijke wet. De Tweede Kamer debatteert binnenkort over het wetsvoorstel. Hubert hoopt op een “serieuze discussie” in het parlement.

Laat een reactie achter